J U S T E L     -     Geconsolideerde wetgeving
Einde Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
Inhoudstafel 45 uitvoeringbesluiten 25 gearchiveerde versies
Handtekening Einde Franstalige versie
 
belgiëlex . be     -     Kruispuntbank Wetgeving
Raad van State
ELI - Navigatie systeem via een Europese identificatiecode voor wetgeving
http://www.ejustice.just.fgov.be/eli/wet/1803/03/16/1803031601/justel

Titel
16 MAART 1803. - Wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt.
(NOTA : art. 18bis ; 18ter ; 18quater gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2019-05-05/19, art. 112-114, 025; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : art. 18quinquies gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W 2020-04-30/03, art. 16, 026; Inwerkingtreding : onbepaald)
(NOTA : art. 9-10 gewijzigd tot 03-06-2020 door W 2020-04-30/03, art. 10-11, 026; Inwerkingtreding : 04-05-2020)
(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-09-2006 en tekstbijwerking tot 04-05-2020)

Publicatie : 16-03-1803 nummer :   1803031601 bladzijde : 0       PDF : geconsolideerde versie
Dossiernummer : 1803-03-16/30
Inwerkingtreding : onbepaald

Inhoudstafel Tekst Begin
TITEL I. - Notarissen en notariële akten.
Afdeling I. - Ambt, ambtsgebied en plichten van de notarissen.
Art. 1-7
Afdeling II. - Akten en vorm van de akten; minuten, grossen, uitgiften en repertoria.
Art. 8-18, 18quinquies, 19-30
TITEL II. - (Organisatie van het notarisambt). <W 1999-05-04/03, art. 13, 1°, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
Afdeling I. - [1 Getal en spreiding van de kantoren, boekhouding en verzekering van de notarissen]1
Art. 31-34, 34bis, 34ter
Afdeling II. - Vereisten om tot notaris benoemd te worden en wijze van benoeming.
Art. 35, 35bis, 36-38, 38bis, 39-49
Afdeling IIbis.
Art. 49bis, 49ter, 49quater
Afdeling III. - [1 Uitoefening van het notarisambt in vennootschap]1
Art. 50-53
Afdeling IV. - (Overdracht van minuten en andere bestanddelen van het notariskantoor). <W 1999-05-04/03, art. 32, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
Art. 54-62
Afdeling V. - (Plaatsvervanging). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03 art. 38, Inwerkingtreding : 01-11-1999>
Art. 63-67
TITEL III. - (Beroepsorganisatie). <W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>
Afdeling I. - (Genootschappen van notarissen). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>
Art. 68-75
Afdeling II. - (Kamers van notarissen). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 40, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>
Onderafdeling 1. - (Bevoegdheden). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 40, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>
Art. 76, 76bis, 77
Onderafdeling 2. - (Organisatie - Vertegenwoordiging). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)>
Art. 78-85
Onderafdeling 3. - (Adviesprocedure). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>
Art. 86-89
Afdeling III. - (Nationale Kamer van notarissen). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>
Art. 90-92
Afdeling IV. - (Nietigverklaring en verhaal). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>
Art. 93-94
TITEL IV. [1 - Tucht, bewarende en ondersteunende maatregelen.]1
Afdeling I. [1 - Tuchtstraffen, bewarende en ondersteunende maatregelen.]1
Art. 95-97, 97bis
Afdeling II. - (Tuchtprocedure voor de kamer van notarissen).<Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)>
Art. 98-107
Afdeling III. - (Tuchtprocedure voor de burgerlijke rechtbank). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)>
Art. 108-111
Afdeling IV. - (Preventieve schorsing). <Ingevoegd bij W 04-05-1999, art. 5, BS 01-10-1999, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)>
Art. 112-113
TITEL V. - (Algemene bepalingen). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 43, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>
Art. 114-121

Tekst Inhoudstafel Begin
TITEL I. - Notarissen en notariële akten.

  Afdeling I. - Ambt, ambtsgebied en plichten van de notarissen.

  Artikel 1.Notarissen zijn openbare ambtenaren, aangesteld om alle akten en contracten te verlijden waaraan partijen de authenticiteit van overheidsakten moeten of willen doen verlenen, de dagtekening ervan te verzekeren, ze in bewaring te houden en er grossen en uitgiften van af te geven.
  (Onder voorbehoud van de rechten der openbare overheid zijn alleen zij bevoegd om onroerende goederen, renten en hypothecaire schuldvorderingen openbaar te verkopen. De toewijzing mag niet dan aan de hoogst- en laatstbiedende geschieden.) <W 16-04-1927, art. 1, BS 27-04-1927>
  [1 De notaris licht elke partij altijd volledig in over de rechten, verplichtingen en lasten die voortvloeien uit de rechtshandelingen waarbij hij betrokken is en geeft aan alle partijen op onpartijdige wijze raad.
   Onder voorbehoud van de rechten der openbare overheid en behoudens andersluidende wettelijke bepaling is de notaris bevoegd voor de waarmerking van gedematerialiseerde gegevens en documenten, in het bijzonder op het vlak van de herkomst van de gegevens en documenten, en om er gewaarmerkte afschriften of uittreksels van af te leveren, al dan niet in gedematerialiseerde vorm, die de conformiteit bevestigen met het oorspronkelijk gegeven of document. De notaris is tevens bevoegd om, al dan niet in gedematerialiseerde vorm, de identiteit en de elektronische of manuele handtekening van personen te waarmerken. De in dit lid bedoelde waarmerkingen vereisen geen authentieke akte en zijn niet onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de notariële akten.]1
  ----------
  (1)<W 2019-05-05/19, art. 110, 025; Inwerkingtreding : 29-06-2019>

  Art. 2.<W 1999-05-04/03, art. 2, Inwerkingtreding : 01-01-2000> Notarissen worden aangesteld tot de leeftijd van [1 zeventig]1 jaar. Een jaar voor het bereiken van deze leeftijdsgrens worden zij als ontslagnemend beschouwd zodat met de procedure om te voorzien in hun vervanging een aanvang kan worden genomen.
  Een notaris die voordien zijn ontslag indient, wordt vanaf de aanvaarding als ontslagnemend beschouwd. Deze ontslagnemende notaris kan, wanneer dit hem wordt toegestaan, zijn ambt uitoefenen tot de eedaflegging van zijn opvolger of tot de kennisgeving van het koninklijk besluit waarbij zijn standplaats wordt opgeheven.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 163, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 3. Zij zijn verplicht hun dienst te verlenen wanneer zij daartoe worden verzocht.

  Art. 4.Iedere notaris moet [1 kantoor]1 houden in de standplaats hem door de (Koning) aangewezen. Bij overtreding wordt hij als ontslagnemend beschouwd; dientengevolge kan de (...) Minister van Justitie, na advies van de rechtbank, (aan de Koning) voorstellen hem te vervangen. <W 09-04-1980, art. 1, § 1, 1°, BS 06-05-1980>
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 164, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 5. <W 1999-05-04/03, art. 3, Inwerkingtreding : 01-01-2000, met uitzondering van § 1, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, MB 30-10-1999)> § 1. Notarissen oefenen hun ambt uit binnen het gerechtelijk arrondissement waarin hun standplaats gelegen is. De notarissen met standplaats [1 in de kantons [2 Limburg]2, [3 Spa]3, [2 het eerste kanton Verviers]2 en het tweede kanton Verviers]1 of in het gerechtelijk arrondissement Eupen oefenen evenwel hun ambt uit [1 in de hier genoemde gebiedsomschrijvingen]1.
  § 2. Notarissen mogen niettemin akten verlijden buiten hun ambtsgebied in de gevallen dat de partijen enkel door persoonlijke verschijning kunnen optreden in de akte en zij in de akte de verklaring afleggen dat zij fysiek niet in staat zijn zich te verplaatsen naar het kantoor van de instrumenterende notaris.
  ----------
  (1)<W 2013-12-01/01, art. 125, 010; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-04-2014, zie W 2014-05-08/02, art. 119, 014; Inwerkingtreding : 01-04-2014>
  (2)<W 2017-12-25/08, art. 2,1°,3°, 021; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  (3)<W 2017-12-25/08, art. 2, 2°, 021; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2020>

  Art. 6.<KB213 1935-12-13/30, art. 1> Het is de notaris verboden :
  1° (zijn bediening uit te oefenen buiten zijn ambtsgebied, behalve in de in artikel 5, § 2, bedoelde gevallen;) <W 1999-05-04/03, art 4, A), Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  2° (een kantoor of een [1 antenne]1 te hebben buiten zijn standplaats, behoudens het geval bedoeld in artikel [1 52, § 1 en § 1/1]1;) <W 1999-05-04/03, art 4, B), Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  3° zich van een stroman te bedienen voor handelingen die hij niet zelf mag verrichten;
  4° in de akten die hij verlijdt, zijn klerken te laten optreden anders dan om zich sterk te maken voor een bepaald persoon of ingevolge een algemene of bijzondere schriftelijke lastgeving;
  5° in enigerlei hoedanigheid in te staan of zich borg te stellen voor de leningen die hij gelast is vast te stellen;
  6° zelf of door een tussenpersoon handel te drijven;
  7° zelf of door een tussenpersoon zaakvoerder, gemachtigd bestuurder of vereffenaar te zijn van een handelsvennootschap of van een nijverheids- of handelsinrichting;
  8° (zelf of door een tussenpersoon bestuurder te zijn van een handelsvennootschap of van een nijverheids- of handelsonderneming, tenzij hij daartoe vergunning heeft gekregen van de minister van Justitie;) <W 1999-05-04/03, art 4, C), Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  9° op eigen naam of door een tussenpersoon fondsen die hij in bewaring ontvangen heeft, te eigen bate te beleggen;
  10° biljetten of schuldbekentenissen te laten ondertekenen, waarin de naam van de schuldeiser oningevuld is gebleven.
  De in 7° en 8° vermelde verbodsbepalingen zijn niet van toepassing op de mandaten in verenigingen of instellingen in verband met zijn beroep.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 165, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 7. <W 09-04-1980, art. 1, § 1, 2°, BS 06-05-1980> Het ambt van notaris is, behoudens de onverenigbaarheden als bedoeld in het Gerechtelijk Wetboek, de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en de bijzondere wetten, onverenigbaar met het ambt van ontvanger der directe of indirecte belastingen en het ambt van commissaris van politie.

  Afdeling II. - Akten en vorm van de akten; minuten, grossen, uitgiften en repertoria.

  Art. 8.<KB213 1935-12-13/30, art. 1> De notarissen mogen geen akten verlijden waarin zij zelf, hun (echtgenoot) [1 of wettelijk samenwonende]1 of hun bloed- of aanverwanten, in de rechte lijn zonder onderscheid van graad, en (in de zijlijn tot en met de [1 tweede]1 graad), partij zijn of waarin enige bepaling te hunnen voordele voorkomt. <W 01-03-1950, art. 2, BS 15-03-1950> <W 1999-05-04/03, art. 5, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  De bovenstaande bepaling geldt niet voor de notulen van de algemene vergadering van aandeel- of obligatiehouders van een kapitaalvennootschap, van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of van een coöperatieve vennootschap, tenzij de notaris, zijn (echtgenoot) [1 of wettelijk samenwonende]1, zijn bloedverwant of zijn aanverwant in de verboden graad lid van het bureau, bestuurder, zaakvoerder, commissaris of vereffenaar van de vennootschap is. <W 01-03-1950, art. 2, BS 15-03-1950>
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 166, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 9.<W 1999-05-04/03, art. 6, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. De akten worden verleden voor een of meer notarissen. Behoudens de gevallen waarin is voorzien in de aanstelling van de notaris door de rechtbank, kan elke partij vrij een notaris aanwijzen.
  (Wanneer een notaris tegenstrijdige belangen of de aanwezigheid van onevenwichtige bedingen vaststelt, vestigt hij hierop de aandacht van de partijen en deelt hen mee dat elke partij de vrije keuze heeft om een andere notaris aan te wijzen of zich te laten bijstaan door een raadsman. De notaris maakt hiervan melding in de notariële akte.) <W 2008-07-18/44, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 01-11-2008>
  De notaris licht elke partij altijd volledig in over de rechten, verplichtingen en lasten die voortvloeien uit de rechtshandelingen waarbij zij betrokken is en geeft aan alle partijen op onpartijdige wijze raad.
  § 2. Twee notarissen die [1 gehuwd of wettelijk samenwonend zijn met elkaar,]1 bloed- of aanverwant zijn in een bij artikel 8 verboden graad of die geassocieerd zijn, mogen niet samen [1 eenzelfde akte verlijden]1 zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid [2 ...]2. Wanneer een akte voor meerdere notarissen wordt verleden, moet de naam van de notaris die de minuut ervan bewaart, worden vermeld.
  [1 § 3. Een akte kan ook op afstand worden verleden voor twee of meer notarissen, waarbij de partijen en andere tussenkomende personen verschijnen voor de notaris van hun keuze en via videoconferentie het verlijden van de akte bijwonen, na akkoord van alle betrokkenen. De partijen en tussenkomende personen die niet bij de minuuthouder aanwezig zijn, worden vertegenwoordigd bij volmacht bij de ondertekening van de akte.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 167, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  (2)<W 2020-04-30/03, art. 10, 026; Inwerkingtreding : 04-05-2020>

  Art. 10.<W 1999-05-04/03, art. 7, Inwerkingtreding : 01-01-2000> [2 De notaris die alleen een akte verlijdt, moet worden bijgestaan door twee getuigen wanneer één van de partijen niet in staat is te ondertekenen of niet kan ondertekenen, blind of doofstom is.]2
  Het internationaal testament wordt altijd verleden voor een of meer notarissen, bijgestaan door twee getuigen. De getuigen moeten de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en kunnen ondertekenen.
  Mogen geen getuigen zijn, de notaris met wie de instrumenterende notaris geassocieerd is, noch de echtgenoot, [1 de wettelijk samenwonende,]1 de bloed- of aanverwanten in een bij artikel 8 verboden graad, de klerken en de personeelsleden, hetzij van de instrumenterende notaris, hetzij van een notaris met wie deze geassocieerd is, hetzij van één van de partijen. Echtgenoten [1 of wettelijk samenwonenden]1 mogen geen getuige zijn bij eenzelfde akte.
  Daarenboven mogen de legatarissen, ten welken titel ook, hun echtgenoot [1 of wettelijk samenwonende]1, hun bloed- of aanverwanten in een bij artikel 8 verboden graad, noch hun personeelsleden, bij een openbaar testament of een akte die een herroeping van dergelijk testament inhoudt, als getuige optreden.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 168, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  (2)<W 2020-04-30/03, art. 11, 026; Inwerkingtreding : 04-05-2020>

  Art. 11. <W 2007-03-01/37, art. 4, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2007> De naam, voornamen, plaats en datum van geboorte en woonplaats van de ondertekenende partijen moeten de notaris bekend zijn of hem worden aangetoond met in de akte te vermelden bewijskrachtige identiteitsbewijzen of hem in de akte worden geattesteerd door twee hem bekende personen, die de vereiste hoedanigheid bezitten om instrumentair getuige te zijn.

  Art. 12.<W 1999-05-04/03, art. 9, Inwerkingtreding : 01-01-2000> [2 Alle akten vermelden de naam, de gebruikelijke voornaam en de standplaats van de notaris die ze [3 verlijdt]3. Een geassocieerde notaris vermeldt [3 ook de benaming en de zetel van de vennootschap waarvan hij deel uitmaakt]3. De partijen worden in de akte vermeld met hun naam, gevolgd door hun voornamen, hun plaats en datum van geboorte en hun woonplaats. De partijen die beschikken over een rijksregisternummer of aan wie een identificatienummer van het bisregister werd toegekend in uitvoering van artikel 4, § 2, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, worden tevens met dit nummer vermeld, behoudens wanneer de akte wordt verleden buiten het kantoor van de notaris en het nummer niet beschikbaar is op het voorgelegde identiteitsbewijs. Ingeval de waarmerking op basis van de identiteitskaart gebeurt, volstaan de eerste twee voornamen in de plaats van de opname van alle voornamen. De voornamen worden vermeld in de volgorde waarin zij voorkomen in het stuk op grond waarvan de identificatie is gebeurd.]2
  De akten vermelden eveneens de namen, de gebruikelijke voornamen en de woonplaats van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde getuigen, alsook de plaats waar en de datum waarop de akten worden verleden. [1 Van comparanten die enkel als vertegenwoordiger of gemachtigde optreden, of die enkel bijstand verlenen, dienen enkel de naam, voornamen en woonplaats te worden vermeld.]1
  (De datum van ondertekening van de akte door de notaris en de bedragen die het voorwerp uitmaken van een betalingsverplichting worden voluit geschreven). In het geval dat de instrumenterende notaris de minuut van gezegde volmacht bewaart, of indien hij het brevet of de uitgifte ervan reeds aan een akte van zijn ambt gehecht heeft, moet de volmacht niet aan de minuut worden gehecht. <W 2007-03-01/37, art. 5, 2°, 003; Inwerkingtreding : 24-03-2007>
  De akte wordt toegelicht. De vermeldingen bedoeld in het eerste lid en [3 in]3 het tweede lid worden altijd integraal voorgelezen, alsook de wijzigingen die werden aangebracht aan het vooraf meegedeelde ontwerp van de akte.
  De akte wordt steeds integraal voorgelezen in de gevallen bedoeld in artikel 10, alsook wanneer het ontwerp van de akte niet tijdig aan de partijen en aan de tussenkomende personen voorafgaandelijk meegedeeld werd.
  Het ontwerp van de akte wordt, behoudens andersluidende verklaring aangebracht door een partij, geacht tijdig te zijn ontvangen wanneer de partijen deze minstens vijf werkdagen voor het verlijden van de akte hebben [3 meegedeeld]3.
  Van de toelichting van de akte, van de datum waarop de partijen in voorkomend geval vooraf kennis hebben gekregen van het ontwerp van de akte en van de gedeeltelijke of integrale voorlezing van de akte wordt in het slot van de akte melding gemaakt.
  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 18, 007; Inwerkingtreding : 29-05-2009>
  (2)<W 2013-12-21/26, art. 38, 011; Inwerkingtreding : 10-01-2014>
  (3)<W 2017-07-06/24, art. 169, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 13.<W 10-07-1951, enig art., BS 22-07-1951> Onverminderd het bepaalde in de artikelen 971 tot 998 en 1001 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de testamenten, worden de notariële akten onuitwisbaar, leesbaar, zonder verkortingen, witte vakken, gapingen of tussenruimten met de hand geschreven of mechanisch vervaardigd, zoals door middel van machineschrift, druk, lithografie, typografie; op ieder enkel of dubbel blad van een akte die meer dan één blad beslaat, wordt vermeld welk nummer het heeft. Deze vermelding wordt geparafeerd of getekend door alle ondertekenaars van de akte, tenzij hun paraaf of handtekening reeds op het blad voorkomt; een en ander onder verantwoordelijkheid van de notaris en op straffe van 100 frank geldboete te zijnen laste. (NOTA : lezen 2,50 euros als bedoeld in art. 3. W 2000-06-26/42)
  De Koning kan de nodige maatregelen voorschrijven om de mechanisch vervaardigde notariële akten in goede staat te doen bewaren.)
  
  Art. 13. (TOEKOMSTIG RECHT)
  [1 § 1. De notariële akte kan zowel op papier als in gedematerialiseerde vorm worden verleden.
   § 2. Notariële akten op papier worden onuitwisbaar, leesbaar, zonder verkortingen, witte vakken, gapingen of tussenruimten opgemaakt, onverminderd het bepaalde in de artikelen 971 tot 998 en 1001 van het Burgerlijk Wetboek betreffende de testamenten; op ieder enkel of dubbel blad van een akte die meer dan één blad beslaat, wordt vermeld welk nummer het heeft. Deze vermelding wordt geparafeerd of getekend door alle ondertekenaars van de akte, tenzij hun paraaf of handtekening reeds op het blad voorkomt; een en ander onder verantwoordelijkheid van de notaris en op straffe van 2,50 euro geldboete te zijnen laste.
   § 3. De Koning schrijft, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nodige maatregelen voor om de onveranderlijkheid, de vertrouwelijkheid en de bewaring van notariële akten te waarborgen.]1

  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 19, 007; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 14. (De akten worden ondertekend door de partijen, de getuigen en de notaris. Van de ondertekening wordt melding gemaakt in het slot van de akte.) <W 16-12-1922, enig art., BS 22-12-1922>
  Indien de partijen niet kunnen tekenen of daartoe niet in staat zijn, maakt de notaris in het slot van de akte melding van hun verklaringen dienaangaande.

  Art. 15. Renvooien of bijvoegingen mogen, behoudens de hierna bepaalde uitzondering, slechts op de kant van de akte geschreven worden; zij worden zowel door de notarissen als door de andere ondertekenaars getekend of geparafeerd, op straffe van nietigheid van die renvooien of bijvoegingen. Indien een renvooi wegens zijn omvang aan het slot van de akte moet geplaatst worden, moet het niet alleen getekend of geparafeerd worden, zoals de renvooien op de kant, maar ook nog uitdrukkelijk goedgekeurd door de partijen, op straffe van nietigheid van het renvooi.

  Art. 16.Overschrijvingen, tussenregels en bijvoegingen in het lichaam van de akte zijn niet geoorloofd; de over- of tussengeschreven woorden alsmede de bijgevoegde woorden zijn nietig. Indien er woorden moeten worden doorgehaald, moet dit op zodanige wijze geschieden dat hun getal op de kant van dezelfde bladzijde of aan het slot van de akte kan vermeld worden en goedgekeurd gelijk de renvooien op de kant; alles op straffe van [1 1,25 euro]1 geldboete ten laste van de notaris, van schadeloosstelling en zelfs van afzetting in geval van bedrog. (NOTA : lezen 1,25 euro als bedoeld in art. 3 W 2000-06-26/42)
  [1 Uiterlijk vóór de overschrijving van de akte op het hypotheekkantoor of, indien het een akte betreft die niet aan deze formaliteit van overschrijving is onderworpen, vóór de registratie ervan, kan de instrumenterende notaris, onder zijn verantwoordelijkheid, verbeteringen of aanvullingen aanbrengen aan de voet van de minuut om een materiële vergissing of vergetelheid recht te zetten, zonder afbreuk te doen aan de draagwijdte van de overeenkomst. Elke latere uitgifte van de akte vermeldt deze verbeteringen of aanvullingen.]1
  ----------
  (1)<W 2013-12-21/26, art. 80, 011; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 17. De notaris die de wetten en de besluiten overtreedt betreffende de afgeschafte namen en hoedanigheden, de feodale bedingen en uitdrukkingen, (de wettelijke meeteenheden en -werktuigen), alsmede het tiendelig stelsel, wordt veroordeeld tot honderd frank geldboete, te verdubbelen in geval van herhaling. <W 16-06-1970, art. 32, § 3, BS 02-09-1970> <W 09-04-1980, art. 1, § 1, 4° , BS 06-05-1980> (NOTA : lezen (2,50) als bedoeld in art. 3. W 2000-06-26/42)

  Art. 18.[1 Alle notariële akten die in gedematerialiseerde vorm zijn verleden, evenals een gedematerialiseerd afschrift van alle akten die op papier zijn verleden, worden bewaard in een daartoe bestemde Notariële Aktebank die onder het bestuur staat van de Nationale Kamer van notarissen die de uitwerking en het operationele beheer ervan kan delegeren aan de Koninklijke Federatie van het Belgische Notariaat. Binnen de vijftien dagen na het verlijden van de akte moet hetzij de gedematerialiseerde akte, hetzij het gedematerialiseerde afschrift van de akte die op papier is verleden, worden gedeponeerd en opgenomen in de Notariële Aktebank. Dit afschrift heeft dezelfde bewijswaarde als de eerste uitgifte van de minuut op papier.
   Deze bepaling geldt niet voor testamenten, herroepingen van testament en contractuele erfstellingen.
   De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, ingericht door de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, en na advies van de instelling die de Notariële Aktebank beheert, met eerbiediging van de artikelen 23 en 458 van het Strafwetboek, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de Notariële Aktebank wordt ingericht, beheerd, georganiseerd en de toegang ertoe.]1
  ----------
  (1)<Hersteld bij W 2013-12-21/26, art. 81, 011; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 18quinquies. [1 § 1. In afwijking van de artikelen 9, § 3, 13 en 20 kunnen de volmachten, met inbegrip van de zorgvolmachten bedoeld in artikel 490 van het Burgerlijk Wetboek, die krachtens de wet in authentieke vorm moeten worden verleden, elektronisch op afstand worden verleden overeenkomstig de hierna volgende bepalingen.
   § 2. De volgende bepalingen zijn van toepassing op deze authentieke volmachten in gedematerialiseerde vorm :
   1° de partijen verschijnen voor de notaris via een videoconferentie, waarbij de voorschriften van artikel 1, derde lid, en van deze afdeling worden nageleefd, behoudens hetgeen in paragraaf 1 wordt vermeld;
   2° de partijen identificeren zich en ondertekenen de akte elektronisch aan de hand van een elektronische identiteitskaart als bedoeld in artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten, of van een digitale itsme ID; het gebruik van het rijksregisternummer is daarbij toegestaan. De Koning kan, op advies van de Koninklijke Federatie van het Belgisch notariaat, een of meer alternatieve middelen erkennen die een gelijkwaardig niveau van identificatie en authenticatie mogelijk maken en die beantwoorden aan de vereisten voorgeschreven door de artikelen 3, punten 11 en 12, en 26 van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG;
   3° de notaris ondertekent de in gedematerialiseerde vorm verleden akte aan de hand van een elektronische identiteitskaart als bedoeld in artikel 6 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;
   4° op de minuut van deze in gedematerialiseerde vorm verleden akte zijn de voorschriften van de artikelen 18 en 18ter en van het in uitvoering van deze bepalingen genomen koninklijk besluit van 18 maart 2020 houdende de invoering van de Notariële Aktebank naar analogie van toepassing;
   5° de notaris is niet verplicht om de minuut te bewaren van deze in gedematerialiseerde vorm verleden akte nadat hij de bevestiging ontvangen heeft van de deponering van de akte in de Notariële Aktebank; de Notariële Aktebank geldt als authentieke bron voor de in gedematerialiseerde vorm verleden akten die erin opgenomen zijn;
   6° voor de toepassing van deze bepalingen is het van geen belang indien sommige of alle betrokken partijen bij de akte zich fysiek bevinden buiten het ambtsgebied van de notaris;
   7° de volmacht kan een medewerker van het notariskantoor dat zal worden gelast met het verlijden van de akte waarvoor de volmacht is bestemd, aanwijzen als lasthebber.
   § 3. De volmachten die krachtens de wet onderhands mogen worden opgesteld en die bestemd zijn om te worden aangewend voor de vertegenwoordiging bij een authentieke akte mogen in elektronische vorm worden aangeleverd mits zij elektronisch ondertekend zijn overeenkomstig de geldende voorschriften terzake.
   Met het oog op de aanhechting van deze volmachten aan de authentieke akte overeenkomstig artikel 12, derde lid, zal door de notaris een eensluidend verklaard afschrift van deze elektronisch ondertekende volmacht worden opgemaakt op papier overeenkomstig artikel 1, vierde lid.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2020-04-30/03, art. 6, 026; Inwerkingtreding : 04-05-2020>
  

  Art. 19.Alle notariële akten leveren bewijs op in rechte en zijn in het gehele (Rijk) uitvoerbaar. [1 De uitvoerbare kracht strekt zich uit tot alle verbintenissen die zijn aangegaan in de akte.]1 <W 09-04-1980, art 1, § 1, 6°, BS 06-05-1980>
  In geval van strafvordering wegens valsheid wordt de uitvoering van de van valsheid betichte akte niettemin geschorst door het arrest waarbij de Kamer van inbeschuldigingstelling (de zaak naar het Assisenhof verwijst of, ingeval van correctionalisering van het misdrijf, door de uitspraak van het gerecht dat de zaak naar de correctionele rechtbank verwijst); in geval van valsheidsincident kan de burgerlijke rechtbank, al naar de ernst van de omstandigheden, de uitvoering van de akte voorlopig schorsen. <W 09-04-1980, art 1, § 1, 7°, BS 06-05-1980>
  (Wanneer in een notariële akte wordt verwezen naar een vroeger verleden akte, zijn beide akten samen uitvoerbaar, mits zij voldoen aan [1 artikel 12, en mits in de meest recente akte bovendien de uitdrukkelijke, onvoorwaardelijke en specifieke verklaring van partijen wordt opgenomen, waarin zij]1 bevestigen dat beide akten één geheel vormen om samen [1 uitvoerbaar te zijn]1.) <W 1999-05-04/03, art. 10, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 170, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 20.De notaris is verplicht de minuut te bewaren van alle akten die hij verlijdt.
  Onder deze bepaling vallen echter niet de verklaringen betreffende het in leven zijn van personen, de volmachten, akten van bekendheid, kwijtingen van pachtgelden, huurgelden, lonen, pensioenuitkeringen en rentetermijnen, en andere eenvoudige akten die volgens de wet in brevet mogen worden uitgegeven.
  
  Art. 20. (TOEKOMSTIG RECHT)
  De notaris is verplicht de minuut te bewaren van alle akten die hij verlijdt.
  [1 De notaris is niet verplicht om de minuut te bewaren van een in gedematerialiseerde vorm verleden akte nadat hij de bevestiging ontvangen heeft van de deponering van de akte in de in artikel 18 bedoelde Notariële Aktebank. De Notariële Aktebank geldt als authentieke bron voor de akten die erin opgenomen zijn.]1
  [2 ...]2

  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 21, 007; Inwerkingtreding : onbepaald>
  (2)<W 2013-12-21/26, art. 82, 011; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 21.Alleen de notaris die de minuut bewaart, heeft het recht grossen en uitgiften af te geven; niettemin mag elke notaris afschriften uitreiken van akten die bij hem als minuut zijn neergelegd.
  
  Art. 21. (TOEKOMSTIG RECHT)
  Alleen de notaris die de minuut bewaart, heeft het recht grossen en uitgiften af te geven; niettemin mag elke notaris afschriften uitreiken van akten die bij hem als minuut zijn neergelegd.
  [1 Van de in de Notariële Aktebank opgenomen akten, kunnen uitgiften en grossen enkel worden afgeleverd door de notarissen die houder of bewaarder zijn van het repertorium voorgeschreven door artikel 29 van deze wet, waarin deze akten zijn ingeschreven.]1

  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 22, 007; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 22. <KB246 22-02-1936, art. 2, BS 29-02-1936> De notaris mag geen minuut uit handen geven, behalve in de gevallen bij de wet bepaald of krachtens een vonnis.
  Moet hij een minuut uit handen geven, dan laat hij daarvan een fotografische afdruk maken en deze wordt, na vergelijking met het origineel door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, die daarvan proces-verbaal opmaakt, in de plaats gesteld van de minuut tot dat deze wordt teruggegeven; de notaris mag er grossen of uitgiften van afgeven, met vermelding van het opgemaakte proces-verbaal.

  Art. 23. De notaris mag evenmin zonder een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg uitgiften afgeven noch mededeling van een akte doen anders dan aan de onmiddellijke belanghebbende personen, hun erfgenamen of rechtverkrijgenden, op straffe van schadevergoeding, 100 frank geldboete en, in geval van herhaling, schorsing in zijn ambt gedurende drie maanden; behoudens evenwel de uitvoering van de wetten en verordeningen op het registratierecht en die betreffende de akten welke openbaar moeten worden gemaakt in de rechtbanken.> (NOTA : lezen 2,50 als bedoeld in art. 3. W 2000-06-26/42)

  Art. 24. In geval van dwanguitgifte wordt proces-verbaal opgemaakt door de notaris die de akte in bewaring heeft, tenzij de rechtbank die de uitgifte beveelt, deze taak opdraagt aan een van haar leden, een andere rechter of een andere notaris.

  Art. 25.Alleen de grossen worden in uitvoerbare vorm afgegeven; zij hebben hetzelfde hoofd en slot als de grossen van de vonnissen van de rechtbanken.
  (Bij de uitgifte of de grosse van een akte waarin wordt verwezen naar een vroeger verleden akte, moet een kopie van laatstgenoemde akte gevoegd worden.) <W 1999-05-04/03, art. 11, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  (Uitgiften en grossen kunnen worden ondertekend met een [1 gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.12. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG]1. In voormeld geval is de afdruk van het zegel bepaald in artikel 27 niet vereist.
  Behoudens andersluidende wettelijke bepaling, moeten de stukken die aan de minuut gehecht worden, niet opgenomen worden in de uitgifte, indien het gaat om een uitgifte ondertekend zoals bepaald in het derde lid, mits deze uitgifte onderaan vermeldt welke stukken aan de minuut gehecht zijn. In dit geval moet de kopie zoals bepaald in het tweede lid, niet gevoegd worden bij de grosse of uitgifte.) <W 2004-12-27/30, art. 272, Inwerkingtreding : 10-01-2005>
  ----------
  (1)<W 2018-09-20/14, art. 17, 022; Inwerkingtreding : 20-10-2018>

  Art. 26.Op de minuut maakt de notaris melding van de aangifte van een eerste grosse aan elk van de belanghebbende partijen; op straffe van afzetting mag hij hun geen tweede grosse afgeven dan krachtens een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, welke beschikking aan de minuut gehecht moet blijven.
  
  Art. 26. (TOEKOMSTIG RECHT)
  Op de minuut maakt de notaris melding van de aangifte van een eerste grosse aan elk van de belanghebbende partijen; op straffe van afzetting mag hij hun geen tweede grosse afgeven dan krachtens een beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, welke beschikking aan de minuut gehecht moet blijven [1 of onder de minuut wordt neergelegd]1.

  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 23, 007; Inwerkingtreding : onbepaald>

  Art. 27. Ieder notaris moet een eigen zegel of stempel hebben met zijn naam, ambt en standplaats alsook (het Rijkswapen) naar een eenvormig model. <W 09-04-1980, art. 1, § 1, 8°, BS 06-05-1980>
  De grossen en uitgiften van zijn akten dragen een afdruk van dat zegel.

  Art. 28.(De notariële akten worden gelegaliseerd wanneer dit vereist is om ze te kunnen doen gelden buiten het grondgebied van het Rijk.) <W 10-07-1951, enig art., BS 22-07-1951>
  [1 De legalisatie wordt verricht door de minister van Buitenlandse Zaken.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 95, 013; Inwerkingtreding : 24-05-2014>

  Art. 29.De notaris houdt repertorium van alle akten die hij verlijdt.
  (Wanneer de akte evenwel voor meerdere notarissen wordt verleden, wordt zij alleen ingeschreven in het repertorium van de notaris die de minuut bewaart [2 ...]2 .) <W 1999-05-04/03, art. 12, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  
  Art. 29. (TOEKOMSTIG RECHT)
  De notaris houdt repertorium van alle akten die hij verlijdt. [1 Hij houdt dit repertorium hetzij op papier hetzij op de gedematerialiseerde wijze die is vastgesteld door de Nationale Kamer van notarissen in een door de Koning goedgekeurd reglement.]1
  (Wanneer de akte evenwel voor meerdere notarissen wordt verleden, wordt zij alleen ingeschreven in het repertorium van de notaris die de minuut bewaart [2 ...]2.) <W 1999-05-04/03, art. 12, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  ----------
  (1)<W 2009-05-06/03, art. 24, 007; Inwerkingtreding : onbepaald>
  (2)<W 2013-12-21/26, art. 83, 011; Inwerkingtreding : 01-04-2014>

  Art. 30. <Opgeheven bij KB64 1939-11-30/33, art. 290>

  TITEL II. - (Organisatie van het notarisambt). <W 1999-05-04/03, art. 13, 1°, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  Afdeling I. - [1 Getal en spreiding van de kantoren, boekhouding en verzekering van de notarissen]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 130, 013; Inwerkingtreding : 24-05-2014>

  Art. 31. [1 Het getal en de spreiding van de notariskantoren in een arrondissement, evenals de standplaatsen ervan worden door de Koning derwijze bepaald dat er niet meer dan één notaris is per 9 000 inwoners.
   Vermindering van het aantal plaatsen met toepassing van het eerste lid geschiedt naar gelang van de vacatures; een plaats die openvalt in een arrondissement waar het aantal hoger is, kan evenwel niet worden opgeheven dan op eensluidend en met redenen omkleed advies van de tuchtkamer en van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. Die adviezen moeten ingewonnen telkens wanneer er een plaats openvalt en binnen een termijn van één maand na de aanvraag worden uitgebracht.
   Het aantal ingevulde plaatsen per gerechtelijk arrondissement kan nooit minder bedragen dan het aantal plaatsen bepaald met toepassing van het eerste lid, verminderd met één.
   De geassocieerde notarissen, die geen titularis zijn, worden niet begrepen onder het aantal notarissen dat met toepassing van het eerste en het tweede lid wordt vastgesteld.
   Voor de bepaling van het aantal notarissen worden de kantons [2 Limburg]2, [3 Spa]3, [2 het eerste kanton Verviers]2 en het tweede kanton Verviers en het gerechtelijk arrondissement Eupen geacht maar één arrondissement te vormen.]1
  ----------
  (1)<W 2013-12-01/01, art. 126, 010; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-04-2014>
  (2)<W 2017-12-25/08, art. 3, 1°, 3°, 021; Inwerkingtreding : 01-06-2018>
  (3)<W 2017-12-25/08, art. 3, 2°, 021; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2020>

  Art. 32. Er mag niet worden overgegaan tot opheffing of vermindering van plaatsen dan ten gevolge van overlijden, ontslag of afzetting.
  (De besluiten tot opheffing of vermindering van plaatsen worden bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  Bij de oprichting van een standplaats of indien er tot een benoeming van een notaris-titularis moet worden overgegaan, of zodra een notaris als ontslagnemend wordt beschouwd als bepaald in artikel 2, alsmede bij overlijden of afzetting van een notaris, wordt de vacature bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.) <W 1999-05-04/03, art. 15, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  Art. 33.<KB213, 1935-12-13/30, art. 2> Ieder notaris moet boek houden van al hetgeen hij ontvangen en uitgegeven heeft naar aanleiding van een akte of een verrichting van zijn ambt dan wel voor rekening van cliënten of lastgevers.
  (Voor het geval dat notarissen hun beroep in associatie uitoefenen binnen een vennootschap, wordt er één enkele boekhouding op naam van de vennootschap gevoerd.) <W 1999-05-04/03, art. 16, 1°, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  [1 De boeken worden bewaard tot het verstrijken van het tiende jaar na de datum van afsluiting.]1
  Uit die boekhouding moet te allen tijde de toestand van het kantoor onmiddellijk kunnen worden gekend.
  [2 Teneinde de toestand van het kantoor te allen tijde onmiddellijk te kennen, verzamelt de Nationale Kamer van notarissen de boekhoudinformatie bedoeld in het eerste lid, op een elektronische en permanente wijze en niet beperkt in de tijd. Deze gegevens worden bewaard tot het verstrijken van het tiende jaar na de datum van verzameling.
   De aldus verzamelde gegevens worden verwerkt door de Nationale Kamer van notarissen die toezicht houdt op het naleven van de boekhoudkundige verplichtingen van de notaris. In het kader van dit toezicht kan de Nationale Kamer van notarissen alle noodzakelijke maatregelen nemen met een preventief of dwingend doel, onverminderd de bevoegdheid van de kamer van notarissen.
   De Nationale Kamer van notarissen kan een recht van toegang en verwerking toekennen van noodzakelijke gegevens aan de betrokken kamer van notarissen zodat deze haar wettelijke opdracht kan uitoefenen.
   De Nationale Kamer van notarissen bewaart de informatie met betrekking tot de toegang tot de gegevens tien jaar vanaf de toegang.
   Alle personen die van voormelde gegevens kennis nemen en deze verwerken met toepassing van deze regelgeving, zijn gehouden tot het beroepsgeheim en de discretieplicht.]2
  (...) <W 1999-05-04/03, art. 16, 2°, Inwerkingtreding : 01-01-2000>
  [1 ...]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 171,1° en 3°, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  (2)<W 2017-07-06/24, art. 171,2°, 018; Inwerkingtreding : 01-01-2020>

  Art. 34.[1 § 1. Elke notaris maakt een onderscheid tussen zijn eigen gelden en derdengelden.
   De gelden die notarissen in de uitoefening van hun beroep ontvangen ten behoeve van cliënten of derden worden gestort op een of meer rekeningen geopend op hun naam of op naam van hun notarisvennootschap, met vermelding van hun of haar hoedanigheid. Deze rekening of rekeningen worden geopend overeenkomstig de door de Nationale Kamer van notarissen vast te stellen regels.
   De notaris verhandelt gelden van cliënten of derden via deze rekening. Hij verzoekt cliënten of derden steeds om uitsluitend op deze rekening te betalen.
   Het beheer van deze rekening berust uitsluitend bij de notaris, onverminderd de aanvullende regels inzake verhandeling van gelden van cliënten of derden vastgesteld door de Nationale Kamer van notarissen.
   § 2. De in § 1 bedoelde rekeningen omvatten de derdenrekeningen en de rubriekrekeningen.
   De derdenrekening is een globale rekening waarop gelden worden ontvangen of beheerd die naar cliënten of derden moeten worden doorgestort.
   De rubriekrekening is een geïndividualiseerde rekening geopend met betrekking tot een bepaald dossier of voor een bepaalde cliënt.
   § 3. De derdenrekening en de rubriekrekening zijn rekeningen die zijn geopend bij een door de Nationale Bank van België op grond van de wet van [2 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen]2 vergunde instelling of de Deposito- en Consignatiekas en die minstens voldoen aan de volgende eisen :
   1° de derdenrekening en de rubriekrekening mogen nooit een debetsaldo vertonen;
   2° op een derdenrekening of een rubriekrekening mag geen krediet, in welke vorm ook, worden toegestaan; die rekeningen kunnen nooit tot zekerheid dienen;
   3° elke schuldvergelijking, fusie of bepaling van eenheid van rekening tussen de derdenrekening, de rubriekrekening en andere bankrekeningen is uitgesloten; nettingovereenkomsten kunnen op deze rekeningen geen toepassing vinden.
   De Nationale Kamer van notarissen kan aanvullende regels inzake de verhandeling van gelden van cliënten of derden vaststellen.
   § 4. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden stort de notaris de op zijn derdenrekening ontvangen gelden zo vlug mogelijk door aan de bestemmeling.
   Ingeval de notaris om gegronde redenen de gelden niet binnen de bij het reglement van de Nationale Kamer van notarissen bepaalde termijn en uiterlijk binnen [2 vier]2 maanden na de ontvangst ervan aan de bestemmeling kan overmaken, stort hij ze op een rubriekrekening.
   Onverminderd de toepassing van dwingende rechtsregels, is het tweede lid niet van toepassing indien het totaal van de bedragen ontvangen voor rekening van eenzelfde persoon of bij gelegenheid van eenzelfde akte of eenzelfde verrichting of per dossier [2 10 000]2 euro niet te boven gaat. [2 ...]2
   § 5. Alle sommen, ongeacht het bedrag ervan, die door de gerechtigde niet zijn teruggevorderd noch aan hem zijn overgemaakt twee jaar [2 vanaf de dag dat geen enkele akte of overeenkomst nog moet worden opgesteld in het dossier]2 naar aanleiding waarvan zij door de notaris werden ontvangen, worden door deze laatste in de Deposito- en Consignatiekas gestort. De termijn wordt geschorst zolang deze sommen het voorwerp uitmaken van een rechtsgeding.
   Die deposito's worden ingeschreven op naam van de gerechtigde, die door de notaris wordt aangewezen. Zij worden door de Deposito- en Consignatiekas ter beschikking van de gerechtigde gehouden tot het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 25 van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934]1
  ----------
  (1)<W 2013-11-22/13, art. 1, 009; Inwerkingtreding : 01-06-2014>
  (2)<W 2017-07-06/24, art. 172, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 34bis. <Ingevoegd bij KB213 1935-12-13/30 art. 12> De effecten en geldswaardige papieren aan toonder die aan de notaris zijn toevertrouwd naar aanleiding van een akte of een verrichting van zijn ambt, worden binnen drie maanden, voor rekening van de eigenaar, onder een afzonderlijke rubriek bij een openbare of particuliere instelling in open bewaring gegeven, overeenkomstig door de Koning te stellen regels.)

  Art. 34ter.[1 Iedere notaris die zijn ambt uitoefent buiten een notarisvennootschap is gehouden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan te gaan via een door de Nationale kamer van notarissen goedgekeurde verzekeringsovereenkomst die ten minste het bedrag van vijf miljoen euro moet waarborgen.]1
  ----------
  (1)<Hersteld bij W 2014-04-25/23, art. 131, 013; Inwerkingtreding : 24-05-2014>

  Afdeling II. - Vereisten om tot notaris benoemd te worden en wijze van benoeming.

  Art. 35.<W 1999-05-04/03, art. 19, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Ieder jaar benoemt de Koning een bepaald aantal kandidaat-notarissen.
  § 2. Na het advies van elke benoemingscommissie voor het notariaat ingewonnen te hebben, stelt de Koning ieder jaar het aantal te benoemen kandidaat-notarissen, per taalrol, vast. Dit aantal wordt vastgesteld door de Koning op basis van het aantal te benoemen notarissen-titularis, op basis van het aantal aangewezen plaatsvervangende notarissen, in functie van het aantal laureaten van vroegere sessies die nog niet geassocieerd of niet benoemd zijn en op basis van de behoefte aan geassocieerden. Het totale aantal mag niet hoger zijn dan [1 90]1. De taalrol wordt bepaald door de taal van het diploma van licentiaat in het notariaat [3 of, in het geval bedoeld in artikel 35bis, door de keuze voor een taalrol in het kader van de indiening van het dossier]3.
  Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid wordt jaarlijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt samen met een oproep tot kandidaatstelling.
  § 3. Om tot kandidaat-notaris te worden benoemd, moet de betrokkene :
  1° [2 Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie]2 en in het genot van de burgerlijke en politieke rechten;
  2° houder zijn van het stagecertificaat, bedoeld in artikel 36, § 4 [3 of van het bekwaamheidscertificaat bedoeld in artikel 35bis]3;
  3° voorkomen op de definitieve lijst, bedoeld in artikel 39, § 5, vierde lid.
  § 4. Om het notarisambt te kunnen uitoefenen moet de kandidaat-notaris, hetzij benoemd worden tot notaris-titularis overeenkomstig artikel 45, hetzij zich associëren met een notaris-titularis overeenkomstig artikel 52, § 2.
  ----------
  (1)<W 2009-10-23/08, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 26-11-2009>
  (2)<W 2011-11-14/12, art. 2, 008; Inwerkingtreding : 20-02-2012>
  (3)<W 2017-07-06/24, art. 173, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 35bis.[1 § 1. Om het bekwaamheidscertificaat te verkrijgen, moet de betrokkene voorafgaandelijk de taalrol kiezen waarop hij wil ingeschreven worden en een dossier indienen bij de minister van Justitie dat het bewijs bevat dat de betrokkene :
   1° met succes een postsecundaire studiecyclus met een minimumduur van drie jaar voltijds of een gelijkwaardige duur deeltijds in een universiteit of in een instelling voor hoger onderwijs of in een andere instelling met een gelijkwaardig opleidingsniveau en, in voorkomend geval, de vereiste professionele vorming bovenop deze studiecyclus, die betrekking heeft op het recht, heeft volbracht en die de diploma's, attesten of andere titels kan voorleggen die de uitoefening van het notarisambt toelaten in de betrokken lidstaat;
   2° ofwel als notaris benoemd werd door een officieel overheidsbesluit van een andere lidstaat, er werkzaam is onder de titel van notaris, beschikt over de notariële zegel verleend door die Staat en niet geschorst werd in de uitoefening van zijn ambt als notaris, hetzij beschikt over een door de benoemende overheid van een andere lidstaat afgeleverde bewijs dat de overeenkomstig de bepaling onder 1° voorgelegde diploma's, attesten of andere titels de toegang in die lidstaat openstellen tot de benoeming tot het notarisambt door een officieel overheidsbesluit dat hem tevens machtigt over de notariële zegel verleend door die lidstaat te beschikken.
   Na controle en bevestiging van de volledigheid van de documenten en bewijsstukken wordt het dossier door de minister van Justitie overgemaakt aan de benoemingscommissie voor het notariaat van de taalrol die werd gekozen door de betrokkene.
   § 2. Na kennisname van het dossier kan de betreffende benoemingscommissie, indien zij dit noodzakelijk acht, een bekwaamheidstest opleggen als compensatiemaatregel om de kennis van het nationale recht na te gaan, die wordt verantwoord door het feit dat de omstandigheden waarin het ambt wordt of kan worden uitgeoefend in de betrokken lidstaat niet identiek of gelijkwaardig zijn aan deze in België, en dat dit verschil de noodzaak verklaart van een specifieke vorming die betrekking heeft op materies die wezenlijk verschillen van deze die gedekt zijn door de vorming die de betrokkene aantoont.
   Na controle en validatie van de documenten en bewijsstukken en, in voorkomend geval, na het volbrengen van de bekwaamheidstest bedoeld in het eerste lid, wordt het bekwaamheidscertificaat afgeleverd door de betreffende benoemingscommissie.
   § 3. Het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 38, § 11, kan de verdere modaliteiten bepalen van de procedure vermeld in § 2.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 174, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 36.<W 1999-05-04/03, art. 21, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Om een stagecertificaat te verkrijgen, moet de betrokkene als voornaamste activiteit een stage van ten minste drie volle jaren verrichten in een of meer notariskantoren. De stage kan maximaal voor de duur van één jaar onderbroken worden.
  Onverminderd het bepaalde in het vorige lid mag voor een maximale duur van één jaar de stage ook worden verricht :
  1° in een of meer notariskantoren in het buitenland;
  2° [1 in een kantoor van de Administratie Rechtszekerheid ]1;
  3° [1 ...]1;
  4° als assistent aan de faculteit voor rechtsgeleerdheid van een universiteit;
  5° bij de balie.
  § 2. De stage kan pas ingaan nadat de betrokkene het diploma van licentiaat in het notariaat heeft behaald.
  De Nationale Kamer van notarissen kan een afwijking aangaande de aanvangsdatum van de stageperiode toestaan indien de betrokkene gedurende minstens vijf jaar als voornaamste beroepsactiviteit een juridische functie in een of meer notariskantoren heeft uitgeoefend.
  § 3. De militaire dienst of de vervangende burgerdienst gelden niet als onderbreking, maar slechts als schorsing van de stage.
  De stage mag ook worden geschorst voor een maximale duur van één jaar mits toestemming van de Nationale Kamer van notarissen.
  § 4. De duur van de stage moet blijken uit de attesten opgesteld door de stagemeester(s).
  Deze attesten worden in tweevoud opgemaakt. Een exemplaar wordt aan de stagiair tegen ontvangstbewijs afgegeven. Het tweede wordt aan de Nationale Kamer van notarissen overgezonden.
  Na ontvangst van de stageattesten en controle van hun overeenstemming met de in dit artikel vermelde voorwaarden reikt de Nationale Kamer van notarissen aan de stagiair een stagecertificaat uit.
  ----------
  (1)<W 2018-07-11/07, art. 123, 020; Inwerkingtreding : 30-07-2018>

  Art. 37.[1 § 1. In elk genootschap van notarissen wordt een stagecommissie opgericht die de stagemeesters opvolgt evenals de stagiairs die als hoofdactiviteit een juridische functie uitoefenen in een Belgisch notariskantoor met het oog op het bekomen van een stagecertificaat en hun stage verrichten in de betreffende provincie.
   De stagecommissie volgt de vooruitgang van de stage en stuurt bij waar nodig op grond van de volgende criteria:
   1° het stageprogramma opgesteld door de Nationale Kamer van notarissen;
   2° het inzicht van de stagiair in de werking van een notariskantoor;
   3° de geschiktheid van de stagiair voor het ambt.
   De stagecommissie hoort de stagiairs minstens één maal per jaar en telkens er een wijziging van stagemeester is, alsook aan het einde van de stageperiode.
   De houders van een stagecertificaat kunnen ook vragen één keer per jaar gehoord te worden.
   § 2. De stagecommissie bestaat minstens uit zes leden die worden aangewezen door de kamer van notarissen voor een eenmalig hernieuwbare termijn van drie jaar.
   De stagecommissie wijst onder haar leden, voor de duur die zij zelf bepaalt, een voorzitter aan.
   § 3. De stagecommissie duidt voor iedere stagiair een coach aan, die een notaris, erenotaris of kandidaat-notaris moet zijn, die als vertrouwenspersoon optreedt en een brugfunctie heeft tussen stagemeester, stagiair en stagecommissie.
   § 4. Een mandaat in een stagecommissie of de functie van coach is onverenigbaar met:
   - een mandaat binnen een benoemingscommissie voor het notariaat;
   - een mandaat binnen een adviescomité.
   § 5. De stagecommissie onderzoekt tijdens de hoorzittingen de vooruitgang van de stage nadat minstens twee leden ervan afzonderlijk eerst de stagemeester en vervolgens de stagiair hebben gehoord.
   Een lid van de stagecommissie onthoudt zich in de volgende gevallen:
   1° indien het lid zich ten opzichte van de stagiair in een graad van verwantschap of aanverwantschap bedoeld in artikel 8, bevindt;
   2° indien het lid werkgever van de betrokkene is of geweest is of indien de stagiair effectief met hem heeft samengewerkt.
   De stagecommissie stelt voor iedere stagiair na elke hoorzitting een verslag over het verloop van de stage op.
   Het verslag over het verloop van de stage wordt overgezonden aan de stagiair, de stagemeester en de coach binnen de maand na de hoorzitting. De eventuele opmerkingen moeten binnen de maand na de verzending van het verslag overgezonden worden aan de stagecommissie en aan de bestemmelingen van het verslag.
   De stagecommissie maakt een eindverslag over de stage op. Het eindverslag alsook de eventuele opmerkingen moeten bij aangetekende zending worden verzonden. Een exemplaar van het eindverslag, samen met de eventuele opmerkingen wordt ter beschikking gehouden van het adviescomité. De benoemingscommissie voor het notariaat kan mededeling vragen van het verslag bij het onderzoek van een kandidatuur voor de functie van notaris.
   § 6. Wanneer een stagiair zijn stage verder zet in een notariskantoor gelegen in een andere provincie, wordt zijn stagedossier aan de stagecommissie van die provincie overgezonden.
   § 7. De leden van de stagecommissies, van de kamers van notarissen en hun aangestelden die kennis hebben van de inhoud van het dossier, en de coach zijn tot geheimhouding verplicht. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.
   § 8. De Nationale kamer van notarissen bepaalt de regels inzake de samenstelling, werking en organisatie van de stagecommissies.
   Alle werkingskosten van de stagecommissies, met inbegrip van de door hun leden ontvangen vergoedingen, komen voor rekening van de genootschappen.]1
  ----------
  (1)<W 2018-12-21/09, art. 202, 024; Inwerkingtreding : 10-01-2019>

  Art. 38.<Opnieuw opgenomen bij W 1999-05-04/03, art. 22, Inwerkingtreding : 01-10-1999> § 1. Er wordt een Nederlandstalige en een Franstalige benoemingscommissie voor het notariaat opgericht.
  § 2. Elke commissie bestaat uit acht werkende en acht plaatsvervangende leden van Belgische nationaliteit. De Nederlandstalige benoemingscommissie is bevoegd voor :
  1° de rangschikking van de meest geschikte kandidaten voor een benoeming tot kandidaat-notaris, waarvan de taal van het diploma van licentiaat in het notariaat het Nederlands is [3 of die hebben gekozen voor een inschrijving op de Nederlandse taalrol overeenkomstig artikel 35bis]3;
  2° de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot notaris-titularis met standplaats in de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant;
  3° [3 het afleveren van het bekwaamheidscertificaat bedoeld in artikel 35bis]3.
  De Franstalige benoemingscommissie is bevoegd voor :
  1° de rangschikking van de meest geschikte kandidaten voor een benoeming tot kandidaat-notaris, waarvan de taal van het diploma van licentiaat in het notariaat het Frans is [3 of die hebben gekozen voor een inschrijving op de Franse taalrol overeenkomstig artikel 35bis]3;
  2° de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot notaris-titularis met standplaats in de gerechtelijke arrondissementen die deel uitmaken van de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant;
  3° [3 het afleveren van het bekwaamheidscertificaat bedoeld in artikel 35bis]3.
  § 3. De Nederlandstalige en Franstalige benoemingscommissie vormen samen de verenigde benoemingscommissies. De verenigde benoemingscommissies zijn bevoegd :
  1° voor de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot notaris-titularis met standplaats in een van de tweetalige vredegerechtskantons van het gerechtelijk arrondissement Brussel, bedoeld in artikel 43, § 12, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;
  2° [2 ...]2
  3° voor het opstellen van het programma van de vergelijkende toelatingsproef, bedoeld in artikel 39, § 2;
  4° om adviezen en voorstellen te doen over de algemene werking van het notariaat.
  § 4. Elke benoemingscommissie is als volgt samengesteld :
  1° drie notarissen [2 of twee notarissen en één erenotaris]2, waarvan er één minder dan vijf jaar benoemd is, uit drie verschillende genootschappen;
  2° één geassocieerd notaris die geen titularis is;
  3° één magistraat in functie gekozen uit de zittende magistraten van de hoven en rechtbanken en de magistraten bij het openbaar ministerie;
  4° een docent of een hoogleraar in de rechten aan een faculteit voor rechtsgeleerdheid van een Belgische universiteit, die geen notaris, kandidaat-notaris of geassocieerde notaris is;
  5° twee externe leden met een voor de opdracht relevante beroepservaring.
  Voor elk lid wordt een plaatsvervanger aangewezen die aan dezelfde voorwaarden voldoet.
  § 5. De kandidaten voor een mandaat in een benoemingscommissie mogen in de loop van hun mandaat de leeftijdsgrens voor het uitoefenen van het ambt van notaris niet overschreden hebben.
  De werkende leden van de benoemingscommissies die notaris [2 of erenotaris]2 zijn en hun plaatsvervangers worden respectievelijk aangewezen door de leden van de algemene vergadering van de Nationale Kamer van notarissen naargelang zij tot de Nederlandse of de Franse taalrol behoren.
  (De overige werkende leden en hun plaatsvervangers worden [1 , door de Kamer van volksvertegenwoordigers]1 aangewezen met een tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.) <W 1999-05-04/04, art. 2, Inwerkingtreding : 01-10-1999 (KB 24-09-1999, art. 1, BS 01-10-1999)>
  Elk lid wordt volgens zijn taalrol aangewezen voor de ene of de andere benoemingscommissie. De taalrol wordt voor notarissen [2 of erenotarissen]2 door de taal van hun diploma van licentiaat in het notariaat bepaald; (voor docenten en hoogleraren, door de taal van de gemeenschap bevoegd inzake onderwijs, voor de universiteit waar zij benoemd zijn. Indien deze docenten en hoogleraren benoemd zijn in universiteiten die onder de bevoegdheid vallen van verschillende gemeenschappen, geldt de taal van de gemeenschap waarbij zij hun hoofdopdracht hebben). Ten minste één lid van de Franstalige benoemingscommissie of een plaatsvervanger, moet het bewijs leveren van de kennis van het Duits overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 43, § 13, tweede lid, en 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. <W 2004-07-16/32, art. 2, Inwerkingtreding : 30-07-2004>
  § 6. Een mandaat in een benoemingscommissie is onverenigbaar met :
  1° een mandaat in de Nationale Kamer van notarissen, in een kamer van notarissen, in een evaluatiecommissie bedoeld in artikel 37 of in een adviescomité bedoeld in artikel 38bis;
  2° de hoedanigheid van procureur des Konings;
  3° een mandaat in de Hoge Raad voor de Justitie of in de Adviesraad van de magistratuur;
  4° een bij verkiezing verleend politiek mandaat.
  Het mandaat houdt van rechtswege op indien :
  1° een onverenigbaarheid ontstaat bedoeld in het eerste lid;
  2° een lid de hoedanigheid verliest om zitting te kunnen hebben in een benoemingscommissie;
  3° een lid zich kandidaat stelt voor een benoeming tot notaris of kandidaat-notaris.
  § 7. [2 De leden van de benoemingscommissies hebben zitting voor een termijn van vier jaar, waarbij om de twee jaar de mandaten van de helft van de werkende en de helft van de plaatsvervangende leden wordt vernieuwd [4 ...]4]2. [4 ...]4
  [4 De leden nemen hun mandaat op op 1 juli van het jaar waarin de mandaten worden hernieuwd.
   Een uittredend lid is niet onmiddellijk herkiesbaar. Niemand mag gedurende meer dan twee termijnen deel uitmaken van de benoemingscommissie.]4
  Elk lid kan op zijn verzoek van zijn mandaat worden ontheven door de voorzitter van de benoemingscommissie.
  Het werkend lid dat van zijn mandaat wordt ontheven, wordt van rechtswege opgevolgd door zijn plaatsvervanger, die het mandaat uitdient. De voorzitter verzoekt om de aanwijzing van een nieuwe plaatsvervanger die het mandaat uitdient van het plaatsvervangend lid, dat hetzij werkend lid geworden is, hetzij van zijn mandaat werd ontheven.
  § 8. Elke benoemingscommissie kiest uit haar werkende leden, bij gewone meerderheid, voor een éénmalige hernieuwbare termijn van twee jaar, een voorzitter en een vice-voorzitter die in voorkomend geval de voorzitter vervangt, alsmede een secretaris. De voorzitter en de vice-voorzitter mogen niet beiden notaris [2 , geassocieerd notaris of erenotaris]2 zijn.
  Het voorzitterschap van de verenigde benoemingscommissies wordt beurtelings bekleed voor een termijn van twee jaar door de respectieve voorzitters van de benoemingscommissies. Het eerste voorzitterschap zal worden toevertrouwd aan de oudste van beide.
  § 9. Om geldig te kunnen beraadslagen en beslissen, moet de meerderheid van de leden van de benoemingscommissie aanwezig zijn. In geval van afwezigheid of verhindering van een werkend lid, treedt zijn plaatsvervanger op. De beslissingen worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de benoemingscommissie, of van de vice-voorzitter die hem vervangt, doorslaggevend.
  Om geldig te kunnen beraadslagen en beslissen, moet bij de verenigde benoemingscommissies een meerderheid van de leden van elke benoemingscommissie aanwezig zijn. De beslissing wordt genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de verenigde benoemingscommissies doorslaggevend.
  § 10. Het is de leden van een benoemingscommissie verboden deel te nemen aan een beraadslaging of een beslissing waarbij zij een persoonlijk of rechtstreeks belang hebben of indien :
  1° een lid zich ten overstaan van een kandidaat in een graad van verwantschap bedoeld in artikel 8, bevindt;
  2° een lid betreffende een kandidaat een advies heeft verleend voor de benoeming waarover het gaat of lid is geweest van een adviesverlenende instantie als bedoeld in artikel 39, § 3;
  3° een lid werkgever is of was van een kandidaat of gezag over hem uitoefent of heeft uitgeoefend op professioneel vlak.
  § 11. De nadere regels voor de werking van de benoemingscommissies (...) worden bepaald door de Koning. De benoemingscommissies kunnen een huishoudelijk reglement opstellen dat dient goedgekeurd te worden door de Koning. <W 2007-05-23/35, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2007>
  [2 § 11/1. De benoemingscommissies beschikken over een beperkt secretariaat, waarvan de personeelsformatie bepaald wordt door de Kamer van volksvertegenwoordigers, op voorstel van de benoemingscommissies.
   Voor de aanwerving van hun personeel kunnen zij een beroep doen op de parlementaire instellingen, de andere dotatiegerechtigde instellingen en de overheidsinstellingen, waarmee zij een samenwerkingsovereenkomst kunnen afsluiten. Eventueel kan een bijkomende detacheringsvergoeding worden toegekend.]2
  (§ 12. Voor de werking van de benoemingscommissies wordt een dotatie uitgetrokken op de algemene uitgavenbegroting van het Rijk. Bijgestaan door het Rekenhof, onderzoekt de Kamer van volksvertegenwoordigers de gedetailleerde begrotingsvoorstellen van de benoemingscommissies, keurt ze goed en controleert de uitvoering van hun begroting, onderzoekt en keurt daarenboven de gedetailleerde rekeningen goed.
  De benoemingscommissies hanteren voor hun begroting en rekeningen een schema dat vergelijkbaar is met het schema van de begroting en rekeningen van de Kamer van volksvertegenwoordigers.) <W 2007-05-23/35, art. 6, 004; Inwerkingtreding : 30-06-2007>
  ----------
  (1)<W 2014-01-06/63, art. 20, 012; Inwerkingtreding : 25-05-2014>
  (2)<W 2016-04-27/08, art. 2, 016; Inwerkingtreding : 21-05-2016>
  (3)<W 2017-07-06/24, art. 175, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  (4)<W 2018-11-23/06, art. 2, 023; Inwerkingtreding : 16-12-2018>

  Art. 38bis. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 22, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art 1, BS 30-10-1999)> Er bestaat één adviescomité van notarissen per provincie, dat belast is met het uitbrengen van adviezen ten behoeve van de benoemingscommissies.
  Voor de toepassing van deze wet wordt het grondgebied van de tweetalige vredegerechtskantons van het gerechtelijk arrondissement Brussel, bedoeld in artikel 43, § 12, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, beschouwd als een elfde provincie.
  Elk adviescomité is als volgt samengesteld:
  1° vier notarissen waarbij, indien het genootschap meerdere gerechtelijke arrondissementen omvat, uit één arrondissement hoogstens twee leden kunnen afkomstig zijn;
  2° één kandidaat-notaris ingeschreven op het tableau.
  De leden notarissen worden aangewezen door de betrokken kamers van notarissen. Minstens één van hen moet lid zijn van de kamer.
  Van het adviescomité voor Brussel-Hoofdstad dienen twee notarissen behorend tot de Franse en twee behorend tot de Nederlandse taalrol deel uit te maken.
  De leden kandidaat-notarissen worden aangewezen door de minister van Justitie op voordracht van een representatieve vereniging van licentiaten in het notariaat. Over de representativiteit van deze vereniging wordt door de Koning beslist ondermeer op basis van het aantal leden ervan.
  Het lid kandidaat-notaris van het adviescomité voor Brussel-Hoofdstad behoort afwisselend tot de Nederlandse en tot de Franse taalrol.
  Voor elk lid wordt op dezelfde wijze een plaatsvervanger aangewezen.
  De leden van een adviescomité hebben zitting voor een termijn van één jaar en hun mandaat is maximaal driemaal hernieuwbaar.
  Het is de leden van een adviescomité verboden deel te nemen aan een beraadslaging of een beslissing waarbij zij een persoonlijk of rechtstreeks belang hebben of indien :
  1° een lid zich ten opzichte van de kandidaat in een graad van verwantschap bedoeld in artikel 8, bevindt;
  2° een lid werkgever is of is geweest van de kandidaat of gezag over hem uitoefent of heeft uitgeoefend op professioneel vlak.
  De werking van de adviescomités wordt bepaald door de Nationale Kamer van notarissen.
  De Koning bepaalt uniforme standaarden waaraan de adviezen die betrekking moeten hebben op de bekwaamheid en geschiktheid van de kandidaat, moeten voldoen.

  Art. 39.<Opnieuw opgenomen bij W 1999-05-04/03, art. 22, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. De houder van een stagecertificaat bedoeld in artikel 36, § 4 [2 of van een bekwaamheidscertificaat bedoeld in artikel 35bis]2, die kandidaat-notaris wil worden, moet, op straffe van verval, zijn kandidatuur bij een ter post aangetekende brief bij de minister van Justitie indienen binnen een termijn van één maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 35, § 2, tweede lid.
  Om ontvankelijk te zijn, moet iedere kandidaatstelling voor een benoeming tot kandidaat-notaris de door de Koning bepaalde bijlagen bevatten.
  § 2. Elke kandidaat die aan de voorwaarden van artikel 35, § 3, 1° en 2°, voldoet, wordt volgens zijn taalrol verwezen naar de ene of de andere benoemingscommissie bedoeld in artikel 38, § 1.
  Elke benoemingscommissie moet de voor de uitoefening van het notarisambt noodzakelijke kennis, maturiteit en praktische bekwaamheden van de kandidaten beoordelen en de meest geschikte kandidaten rangschikken op basis van hun bekwaamheid en geschiktheid. De rangschikking wordt opgemaakt op grond van een vergelijkend examen dat bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte en op grond van een onderzoek van de adviezen. Tot het mondeling gedeelte worden slechts die kandidaten toegelaten die op het schriftelijk gedeelte minstens 60 % van de punten hebben behaald. Het mondeling gedeelte wordt afgenomen vooraleer de leden van de benoemingscommissie kennis kunnen nemen van de adviezen. Op het mondeling gedeelte moet de kandidaat minstens 50 % van de punten hebben behaald.
  Het schriftelijk en het mondeling gedeelte tellen in gelijke mate mee voor de berekening van de einduitslag van het vergelijkend examen.
  Het programma van het schriftelijk en mondeling gedeelte wordt opgesteld door de verenigde benoemingscommissies. Het programma wordt bij ministerieel besluit door de minister van Justitie goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 3. Binnen vijfenzeventig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 35, § 2, tweede lid, nodigt de benoemingscommissie de kandidaten die toegelaten worden tot het mondeling gedeelte uit. Tezelfdertijd verzoekt de benoemingscommissie de minister van Justitie om schriftelijke en gemotiveerde adviezen over deze kandidaten in te winnen bij :
  1° de procureur des Konings van het arrondissement waar de kandidaat zijn woonplaats heeft met betrekking tot de vraag of de kandidaat veroordelingen heeft opgelopen en of er een strafonderzoek hangende is [1 , in dat arrondissement of elders in het Rijk]1;
  2° het adviescomité van notarissen van de provincie waar de kandidaat zijn beroepsactiviteit in het notariaat uitoefent of het laatst heeft uitgeoefend.
  Deze adviezen dienen binnen vijfenveertig dagen na het verzoek door de adviesverlenende instanties in tweevoud te worden overgezonden aan de minister van Justitie. Het adviescomité zendt gelijktijdig een afschrift van zijn advies bij een ter post aangetekende brief aan de betrokken kandidaat.
  § 4. De kandidaat kan binnen twintig dagen na de verzending van het afschrift, zijn opmerkingen over dat advies bij een ter post aangetekende brief gelijktijdig aan de adviesverlenende instantie en aan de minister van Justitie overzenden.
  § 5. De benoemingscommissie maakt binnen zestig dagen na de oproep tot de kandidaten voor het mondeling gedeelte een voorlopige rangschikking op van de meest geschikte kandidaten op basis van de resultaten van het schriftelijk en mondeling gedeelte.
  De minister van Justitie zendt de gevraagde adviezen over aan de voorzitter van de benoemingscommissie nadat deze laatste hem de voorlopige rangschikking heeft overgezonden.
  De benoemingscommissie kan beslissen om de betrokkene die opmerkingen heeft overgezonden, nogmaals te horen in toepassing van § 4.
  Na het onderzoek van de adviezen gaat de benoemingscommissie over tot een definitieve rangschikking van de kandidaten en zendt de lijst van de gerangschikte kandidaten ter benoeming over aan de minister van Justitie samen met een gemotiveerd proces-verbaal dat ondertekend wordt door de voorzitter en de secretaris van de betrokken benoemingscommissie. De benoemingscommissie voegt hierbij ook de dossiers van de gerangschikte kandidaten. Er worden maximaal zoveel kandidaten gerangschikt als er vacante plaatsen zijn van kandidaat-notaris, zoals vermeld in het koninklijk besluit dat bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel 35, § 2, samen met de oproep tot kandidaatstelling voor de betrokken vergelijkende toelatingsproef.
  § 6. De Koning benoemt de betrokkenen tot kandidaat-notaris binnen de maand na de overzending van de definitieve lijst met de gerangschikte kandidaten. Deze benoemingen worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  § 7. De gegadigde die niet tot kandidaat-notaris is benoemd, kan zich de volgende jaren opnieuw kandidaat stellen.
  § 8. Elke kandidaat kan, mits schriftelijk verzoek gericht aan de benoemingscommissie, binnen acht dagen afschrift krijgen van het gedeelte van het proces-verbaal dat uitsluitend op hem en op de benoemde kandidaten betrekking heeft.
  ----------
  (1)<W 2015-07-17/59, art. 2, 015; Inwerkingtreding : 06-09-2015>
  (2)<W 2017-07-06/24, art. 176, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 40. <Opnieuw opgenomen bij W 1999-05-04/03, art. 22, Inwerkingtreding : 01-01-2000> De kandidaat-notarissen worden opgenomen op het in artikel 77 bedoelde tableau. De kandidaat-notaris die op dit tableau voorkomt, is onderworpen aan het gezag van de beroepsorganen van de notarissen.

  Art. 41. <Opnieuw opgenomen bij W 1999-05-04/03, art. 22, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Wanneer een kandidaat-notaris sedert ten minste zes maanden zijn voornaamste beroepsactiviteit niet meer in een notariskantoor uitoefent, wordt zijn inschrijving op het in artikel 77 bedoelde tableau door de kamer van notarissen weggelaten. De kandidaat-notaris kan evenwel om ernstige redenen vragen dat zijn inschrijving op het tableau wordt gehandhaafd. De kandidaat-notaris wordt gehoord.
  De beslissing van de kamer van notarissen wordt met redenen omkleed en binnen één maand wordt er kennis van gegeven aan de kandidaat-notaris. Deze laatste kan, binnen een termijn van één maand na de kennisgeving, tegen die beslissing bij een ter post aangetekende brief beroep instellen bij de Nationale Kamer van notarissen.
  Het directiecomité bedoeld in artikel 92, § 1, hoort de kandidaat-notaris en doet binnen twee maanden na de instelling van het beroep, uitspraak. Van de met redenen omklede beslissing wordt binnen de kortst mogelijke tijd kennis gegeven aan de kandidaat-notaris en de betrokken kamer.
  § 2. De kandidaat-notaris die zijn beroepsactiviteit in een notariskantoor beëindigt, kan de kamer van notarissen om de weglating van zijn inschrijving op het tableau verzoeken.
  § 3. Een kandidaat-notaris die met toepassing van § 1 of § 2 weggelaten is van het tableau kan op elk ogenblik aan de kamer van notarissen van het rechtsgebied waar hij opnieuw zijn voornaamste beroepsactiviteit in een notariskantoor uitoefent, zijn wederinschrijving vragen. Tegen een weigering is beroep mogelijk bij de Nationale Kamer van notarissen overeenkomstig de regels bepaald in § 1.

  Art. 42. <Opgeheven bij W 1999-05-04/03, art. 23, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  Art. 43.<Opnieuw opgenomen bij W 1999-05-04/03, art. 24, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Om tot notaris benoemd te worden moet de betrokkene tot kandidaat-notaris benoemd zijn. [1 De kandidaat-notaris die benoemd werd op grond van zijn deelname aan het vergelijkend examen ingericht door de benoemingscommissies voor het notariaat na het behalen van het bekwaamheidscertificaat bedoeld in artikel 35bis, voldoet aan de vereiste van artikel 43, § 10, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken op grond van de taalrol van de benoemingscommissie die hem gerangschikt heeft na dit vergelijkend examen. Hij is niet vrijgesteld van de naleving van de voorwaarden opgelegd door artikel 43, § 10 tot 13, van dezelfde wet.]1 De kandidaat-notaris die postuleert voor een vacante standplaats moet, op straffe van verval, zijn kandidatuur bij een ter post aangetekende brief bij de minister van Justitie indienen binnen een termijn van één maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het bericht bedoeld in artikel 32, derde lid. Bij deze brief zijn de door de Koning bepaalde bijlagen gevoegd.
  § 2. Alvorens tot benoeming wordt overgegaan, dient binnen vijfenveertig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het bericht bedoeld in artikel 32, derde lid, door de minister van Justitie het gemotiveerd schriftelijk advies over de kandidaten te worden gevraagd aan :
  1° de procureur des Konings van het arrondissement waar de kandidaat zijn woonplaats heeft, met betrekking tot de vraag of de kandidaat veroordelingen heeft opgelopen en of er een strafonderzoek hangende is;
  2° het adviescomité van notarissen van de provincie waar de kandidaat zijn beroepsactiviteit in het notariaat uitoefent of het laatst heeft uitgeoefend.
  Deze adviezen dienen binnen negentig dagen na voornoemde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, door de adviesverlenende instanties in tweevoud te worden overgezonden aan de minister van Justitie en in afschrift bij een ter post aangetekende brief te worden gestuurd aan de kandidaten waarop ze betrekking hebben. Aan de minister van Justitie wordt een afschrift gestuurd van het bewijs van deze aangetekende zending.
  Binnen een termijn van honderd dagen na voornoemde bekendmaking in het Belgisch Staatsblad of uiterlijk binnen een termijn van vijftien dagen na de kennisgeving van het advies, kunnen de kandidaten, bij een ter post aangetekende brief, hun opmerkingen aan de adviesverlenende instantie en aan de minister van Justitie overzenden.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 177, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 44.<Opnieuw opgenomen bij W 1999-05-04/03, art. 24, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Uiterlijk binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 43, § 2, derde lid, zendt de minister van Justitie aan de bevoegde benoemingscommissie voor elke kandidaat een benoemingsdossier over. Dit benoemingsdossier bevat :
  1° de kandidatuur met de bijlagen bedoeld in artikel 43, § 1;
  2° de schriftelijke adviezen.
  § 2. De benoemingscommissie hoort de kandidaten en maakt vervolgens een rangschikking op van de drie meest geschikte kandidaten. Indien de benoemingscommissie advies moet uitbrengen over minder dan drie kandidaten, wordt de lijst beperkt tot de enige kandidaat of de enige twee kandidaten.
  De rangschikking gebeurt op grond van criteria die betrekking hebben op de bekwaamheid en de geschiktheid van de kandidaat voor het uitoefenen van het ambt van notaris.
  § 3. Van de rangschikking wordt een gemotiveerd proces-verbaal opgemaakt, dat door de voorzitter en de secretaris van de benoemingscommissie wordt ondertekend. Indien een kandidaat met eenparigheid van stemmen als eerste wordt gerangschikt, wordt daarvan melding gemaakt.
  Binnen dertig dagen na het verstrijken van de termijn bedoeld in § 1, zendt de voorzitter van de benoemingscommissie de lijst met de gerangschikte kandidaten en het proces-verbaal over aan de minister van Justitie en een afschrift van de lijst aan de gerangschikte kandidaten. De Koning benoemt de notaris op voordracht van de minister van Justitie [1 onder de door de benoemingscommissie gerangschikte kandidaten]1.
  Elke kandidaat die niet benoemd werd, kan, mits schriftelijk verzoek gericht aan de benoemingscommissie, inzage en afschrift krijgen van het gedeelte van het proces-verbaal dat uitsluitend op hem en op de benoemde kandidaat betrekking heeft.
  § 4. De leden van een benoemingscommissie zijn tot geheimhouding verplicht. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 178, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 45. (De Koning) benoemt de notarissen en wijst in de aanstellingsakte hun vaste standplaats aan. <W 09-04-1980, art. 1, § 1, 11°, BS 06-05-1980>

  Art. 46. De aanstellingsakte wordt, (...), gericht aan de rechtbank van eerste aanleg binnen het rechtsgebied waarvan de notaris zijn standplaats heeft. <W 09-04-1980, art. 1, § 1, 12°, BS 06-05-1980>

  Art. 47.De notaris moet, op straffe van verval, binnen twee maanden na zijn benoeming, ter terechtzitting van de rechtbank waaraan de aanstellingsakte is gericht, de eed afleggen die de wet aan alle openbare ambtenaren oplegt, alsook dat hij zijn ambt nauwgezet en eerlijk zal vervullen.
  [1 ...]1
  [1 Hij is gehouden het proces-verbaal van eedaflegging te laten registreren ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van zijn standplaats.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 179, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 48. Hij mag zijn ambt niet uitoefenen voordat hij de eed heeft afgelegd.

  Art. 49.[1 Alvorens zijn ambt te aanvaarden, moet de notaris zijn handtekening en paraaf neerleggen ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg van zijn standplaats.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 180, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Afdeling IIbis.
  <Opgeheven bij W 2016-04-27/08, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 21-05-2016>

  Art. 49bis.
  <Opgeheven bij W 2016-04-27/08, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 21-05-2016>

  Art. 49ter.
  <Opgeheven bij W 2016-04-27/08, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 21-05-2016>

  Art. 49quater.
  <Opgeheven bij W 2016-04-27/08, art. 3, 016; Inwerkingtreding : 21-05-2016>

  Afdeling III. - [1 Uitoefening van het notarisambt in vennootschap]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 132, 013; Inwerkingtreding : 24-05-2014>

  Art. 50. [1 § 1. Een notaris kan, alleen of in associatie, zijn ambt uitoefenen in een vennootschap.
   Deze vennootschap moet de vorm aannemen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.
   De notaris blijft nochtans persoonlijk titularis van het notarisambt.
   De notarissen mogen hun ambt, noch geheel noch gedeeltelijk, buiten de notarisvennootschap uitoefenen behalve in het geval dat zij optreden als plaatsvervanger.
   § 2. Associaties kunnen worden gevormd door :
   1° notarissen waarvan de standplaats gelegen is in hetzelfde gerechtelijk arrondissement [2 en die lid zijn van hetzelfde genootschap; de notarissen met standplaats in de kantons [3 Limburg]3, [4 Spa]4, [3 het eerste kanton Verviers]3 en het tweede kanton Verviers, kunnen evenwel ook associëren ofwel met notarissen waarvan de standplaats in het gerechtelijk arrondissement Eupen gelegen is, ofwel met notarissen waarvan de standplaats in het gerechtelijk arrondissement Luik gelegen is]2;
   2° kandidaat-notarissen die zijn opgenomen op het tableau bijgehouden door een kamer van notarissen, op voorwaarde dat de associatie minstens één notaris-titularis bevat;
   3° vennootschappen waarvan de aandelen toebehoren aan de onder 1° en 2° genoemde personen en waarvan het kader wordt bepaald door de Nationale kamer van notarissen, met dien verstande dat eenzelfde persoon niet tegelijk kan deelnemen aan de associatie via deze vennootschap en als natuurlijke persoon.
   § 3. De notarisvennootschap heeft tot enig doel het uitoefenen, al dan niet in associatie, van het ambt van notaris. Zij mag geen andere goederen bezitten dan die omschreven in artikel 55, § 1 [2 ...]2.
   § 4. De aansprakelijkheid van de vennoten is beperkt tot hun inbreng.
   De aansprakelijkheid van de notarisvennootschap is beperkt tot een bedrag van vijf miljoen euro. De notaris blijft hoofdelijk aansprakelijk met de vennootschap voor de overtredingen die hij heeft begaan met bedrieglijk oogmerk of met het doel om schade te berokkenen, zonder afbreuk te doen aan het verhaalrecht van de vennootschap ten aanzien van de notaris.
   De notarisvennootschap is gehouden een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid aan te gaan via een door de Nationale kamer van notarissen goedgekeurde verzekeringsovereenkomst die het in het tweede lid bepaalde maximum moet waarborgen.
   § 5. De oprichtingsakte van de notarisvennootschap en de statutenwijzigingen worden aangenomen onder opschortende voorwaarde van goedkeuring door de kamer van notarissen van de zetel van die vennootschap.
   De kamer van notarissen onderzoekt de akten op hun wettelijkheid en verenigbaarheid met de regels van de deontologie. De betrokkenen kunnen tegen een negatieve beslissing van de kamer van notarissen beroep instellen bij de Nationale kamer van notarissen.
   Overeenkomsten die ten definitieve titel worden gesloten of zelfs stilzwijgend worden uitgevoerd, zonder goedkeuring van de kamer van notarissen, kunnen worden nietig verklaard en kunnen aanleiding geven tot een hogere tuchtstraf.]1
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 133, 013; Inwerkingtreding : 24-05-2014>
  (2)<W 2017-07-06/24, art. 181, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  (3)<W 2017-12-25/08, art. 4, 1°, 3°, 021; Inwerkingtreding : 01-06-2019>
  (4)<W 2017-12-25/08, art. 4, 2°, 021; Inwerkingtreding : onbepaald en uiterlijk op 01-01-2020>

  Art. 51.<Opnieuw opgenomen bij W 1999-05-04/03, art. 28, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Het contract tot oprichting van de vennootschap bevat de statuten en regelt onder meer de bestanddelen van het vennootschapsvermogen, de rechten die elke vennoot daarin verkrijgt en zijn aandeel in het inkomen, de regels en voorwaarden voor de uittreding van een vennoot en de rechten en plichten van de gewezen vennoten. Het contract tot oprichting van de vennootschap regelt in het bijzonder de wijze waarop de geassocieerde notaris die geen titularis is, in voorkomend geval wordt vergoed wanneer hij zijn ambt neerlegt [2 ...]2, alsook de aanwijzing van de notaris-titularis die het repertorium bedoeld in § 6 zal bewaren.
  Onder notaris-titularis wordt verstaan de notaris aan wie de Koning, overeenkomstig artikel 45, een vaste standplaats aangewezen heeft.
  § 2. De benaming van de vennootschap wordt steeds gevolgd door de vermelding " geassocieerde notarissen " [1 of "notarisvennootschap"]1. [1 ...]1
  De zetel van de vennootschap is gevestigd in de standplaats van de notaris-titularis of van een van de notarissen-titularis.
  § 3. [1 a) De zaakvoerders of bestuurders van de notarisvennootschap mogen enkel één of meer notarissen zijn, die hun ambt uitoefenen in die notarisvennootschap en/of een of meer vennootschappen [2 waarvan de enige aandeelhouder een notaris is die zijn beroep uitoefent in de notarisvennootschap, en die aangeduid wordt als vaste vertegenwoordiger voor de uitoefening van dit mandaat]2.
   b) Tenzij de vennootschap wordt ontbonden of haar doel wordt gewijzigd, is overdracht van aandelen onder levenden of overgang ervan wegens overlijden, slechts toegelaten aan een vennoot, de door de Koning als opvolger van een vennoot benoemde notaris of een nieuwe vennoot. De instemming van de overige vennoten is evenwel vereist voor de overdracht van aandelen of de overgang ervan aan een vennoot of aan een nieuwe vennoot.
   Bij gebreke van instemming zijn de vennoten ertoe gehouden zelf de aandelen van hun vroegere vennoot over te nemen middels de betaling van de vergoeding bepaald in artikel 55, § 3, b).]1
  § 4. Ongeacht de vennootschapsvorm waarvoor is gekozen, beschikt iedere [1 notaris van de notarisvennootschap]1 over één stem. Er is eenparigheid vereist voor iedere wijziging van het contract bedoeld in § 1.
  § 5. De geassocieerde notarissen gebruiken elk een eigen zegel met de vermelding van hun naam en hoedanigheid van [1 ...]1 notaris, [2 hun standplaats]2, alsook het Rijkswapen naar een door de Koning bepaald eenvormig model.
  In afwijking van de bepalingen van artikel 21 hebben de geassocieerde notarissen elk het recht grossen en uitgiften af te geven van de akten opgemaakt door de andere geassocieerden of door hen in bewaring gehouden.
  [2 De gerechtelijke opdrachten waarmee een geassocieerde notaris wordt belast, kunnen van rechtswege en zonder nieuwe aanwijzing, uitgevoerd worden door de andere notarissen van de associatie.]2
  § 6. [1 In het geval van een associatie, worden de akten ingeschreven in een enkel repertorium dat op naam van de notarisvennootschap staat. Dit repertorium wordt bewaard samen met de daarin ingeschreven akten door de notaris-titularis die is aangewezen in het contract tot oprichting van de vennootschap [2 op de zetel van de vennootschap]2.
   Bij gebrek aan overeenstemming, komen de minuten en repertoria toe aan de notaris van de notarisvennootschap die het laatst benoemd werd als notaris-titularis en de archieven komen toe aan de instrumenterende notaris.
   Wanneer de in het eerste lid bedoelde notaris-titularis geen vennoot meer is, of in geval van ontbinding van de vennootschap, worden die akten en repertoria zo spoedig mogelijk overgedragen aan een andere notaris-titularis, van de vennootschap overeenkomstig de vorige leden of, bij gebreke, aan de nieuw benoemde notaris-titularis. De procureur des Konings wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van deze overdracht.
   In geval van ontbinding van de vennootschap wordt haar boekhouding toevertrouwd aan de notaris-titularis die is aangewezen in het contract tot oprichting van de vennootschap.]1
  § 7. Geassocieerde notarissen mogen geen akte verlijden waarin een van hen, hun echtgenoot [2 of wettelijk samenwonende]2 of hun bloed- of aanverwanten, in de rechte lijn zonder onderscheid van graad, en in de zijlijn tot en met de [2 tweede]2 graad, partij zijn of waarin enige bepaling ten voordele van deze personen voorkomt.
  Deze bepaling geldt niet voor de notulen van de algemene vergadering van aandeel- of obligatiehouders van een kapitaalvennootschap, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of een coöperatieve vennootschap, tenzij één van de vennoten, zijn echtgenoot [2 of wettelijk samenwonende]2, zijn bloed- of aanverwant in de verboden graad, lid van het bureau, bestuurder, zaakvoerder, commissaris of vereffenaar van de vennootschap is.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 134, 013; Inwerkingtreding : 24-05-2014>
  (2)<W 2017-07-06/24, art. 182, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 52.<W 1999-05-04/03, art. 29, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. [2 Een notaris die zijn beroep wenst uit te oefenen met een of meer notarissen die een andere standplaats hebben, moet een antenne behouden in zijn standplaats, behoudens hetgeen bepaald in paragraaf 1/1.
   De notaris kan, in afwijking van artikel 4, voor de duur van de associatie, kantoor houden in elke antenne van de associatie.
   In elke antenne wordt de notariële dienstverlening op een volwaardige wijze georganiseerd. Dit houdt in dat de notaris of minstens één juridisch gekwalificeerde medewerker aanwezig is in de antenne, die minstens zestien uur per week open is, verspreid over vier dagen. De Nationale Kamer van notarissen stelt de algemene regels van deze dienstverlening vast.]2
  [2 § 1/1. Notarissen die een andere standplaats hebben binnen eenzelfde gemeente en binnen het grondgebied van eenzelfde gerechtelijk kanton, die hun beroep wensen uit te oefenen in associatie, moeten hun kantoor overbrengen naar de standplaats van één van hen voor de duur van de associatie.
   § 1/2. In geen geval mag een associatie meer dan twaalf notarissen uit vijf standplaatsen omvatten.]2
  § 2. Het verzoek tot associatie met een kandidaat-notaris met het oog op de uitoefening van het ambt, wordt gezamenlijk door de notarissen samen met de kandidaat-notaris, tot de minister van Justitie gericht. Bij dit verzoek wordt het door de kamer van notarissen goedgekeurde contract bedoeld in artikel [1 50, § 5]1 , gevoegd.
  Ongeacht de gekozen vennootschapsvorm kan de kandidaat-notaris zich beperken tot het inbrengen van zijn nijverheid. In dat geval wordt in het contract bepaald welke rechten hij verkrijgt in het vennootschapsvermogen en in het inkomen.
  Voor zover aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, keurt de minister van Justitie de associatie goed en stelt hij de kandidaat-notaris in de betrokken professionele vennootschap aan als geassocieerde notaris. Deze aanstelling wordt door een bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
  Alvorens zijn ambt uit te oefenen, handelt de kandidaat-notaris overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 47, 48 en 49, tenzij hij het notarisambt reeds uitoefent in het arrondissement of tenzij hij in het arrondissement deze formaliteiten reeds heeft vervuld.
  Zolang hij vennoot blijft in de vennootschap waarin hij is aangesteld, heeft de kandidaat-notaris dezelfde bevoegdheden, alsook dezelfde rechten en plichten als de notaris-titularis.
  Zolang hij vennoot blijft, mag de notaris-titularis geen melding maken van zijn hoedanigheid van titularis.
  [2 ...]2
  § 3. [2 De vennootschap kan worden ontbonden door beslissing bij eenparigheid van de vennoten.]2
  [2 § 4. De mededeling van de vorming of uitbreiding van een associatie tussen notarissen-titularis wordt gezamenlijk door de notarissen tot de minister van Justitie gericht, die overgaat tot bekendmaking ervan door een bericht in het Belgisch Staatsblad. Hierbij wordt het door de kamer van notarissen goedgekeurde contract bedoeld in artikel 50, § 5, gevoegd.
   Het einde van de aanstelling tot geassocieerde notaris in een professionele vennootschap, het uittreden van een vennoot of het einde van een associatie wordt door een bericht in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt door de minister van Justitie. Met het oog op deze bekendmaking lichten alle vennoten gezamenlijk de kamer van notarissen van de provincie waarin de associatie is gevestigd, hiervan in. De kamer van notarissen brengt onverwijld de minister van Justitie op de hoogte.
   § 5. De overeenkomstig paragraaf 4 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte berichten vermelden de datum vanaf wanneer de vorming of de uitbreiding van de associatie, het einde van de aanstelling tot geassocieerde notaris, het uittreden van een vennoot of het einde van de associatie uitwerking zullen hebben. Bij gebrek aan vermelding van een datum van uitwerking, zal dit van rechtswege geschieden op de tiende dag na de dag van bekendmaking.
   Indien, in geval van aanstelling tot geassocieerde notaris, de kandidaat-notaris krachtens paragraaf 2, vierde lid, nog moet handelen overeenkomstig de artikelen 47, 48 en 49, zal de vorming of uitbreiding van de associatie slechts uitwerking hebben op de dag waarop deze verplichtingen werden vervuld indien deze datum later is dan de datum bedoeld in het eerste lid.]2
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 135, 013; Inwerkingtreding : 24-05-2014>
  (2)<W 2017-07-06/24, art. 183, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 53.<W 1999-05-04/03, art. 30, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. Een of meer vennoten kunnen, in voorkomend geval in afwijking van de artikelen [1 334 tot 341 van het Wetboek van vennootschappen]1, in rechte vorderen dat een vennoot, die in zijn plichten tegenover de vennootschap ernstig tekort schiet of de werking ervan ernstig verstoort, zijn aandelen aan de eiser(s) overdraagt.
  De vordering wordt ingesteld bij dagvaarding en voor de burgerlijke rechtbank ingeleid. De rechtbank wint het advies in van de kamer van notarissen.
  De rechtbank kan de verweerder veroordelen om, binnen de door haar gestelde termijn te rekenen vanaf de betekening van het vonnis, zijn aandelen aan de eiser(s) over te dragen en de eiser(s) om de aandelen tegen betaling van de vergoeding die zij vaststelt over te nemen.
  De beslissing van de rechtbank is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of hoger beroep.
  § 2. Overlijden, aanvaarding van het ontslag of afzetting van een notaris-titularis maakt geen einde aan de vennootschap.
  De plaats wordt vacant. De kandidaten voor deze plaats krijgen een kopie van het contract bedoeld in artikel 51, § 1. De nieuw benoemde notaris wordt van rechtswege vennoot.
  De aanvaarding van het ontslag of de afzetting van een notaris-titularis heeft van rechtswege het verlies van de hoedanigheid van vennoot tot gevolg. De uitoefening van de rechten verbonden aan zijn aandelen wordt geschorst.
  De geassocieerde notaris, die geen titularis is, blijft het notarisambt uitoefenen. Indien hij niet tot titularis wordt benoemd, dan oefent hij het ambt uit in associatie met de nieuwe titularis, zodra deze laatste de eed heeft afgelegd.
  [1 Ingeval er binnen de twee jaar na de dag waarop de plaats vacant wordt geen nieuwe titularis werd benoemd en die de eed heeft afgelegd, dan wordt na het verstrijken van die termijn van rechtswege een einde gemaakt aan de aanstelling van de geassocieerde notaris(sen) niet-titularis. Het einde van deze aanstelling wordt door een bericht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De betaling van de vergoeding die aan hem (hen) toekomt ingevolge de bepalingen van het vennootschapscontract wordt geschorst tot de eedaflegging van de nieuwe notaris-titularis of de afschaffing van standplaats.
   Behoudens in geval van opheffing van de standplaats, zal op verzoek van de bevoegde kamer van notarissen, de aanstelling van een notaris-plaatsvervanger gevraagd worden, volgens de procedure bepaald in artikel 64.]1
  § 3. Overlijden, aanvaarding van het ontslag of afzetting van een geassocieerde notaris die geen titularis is, maakt geen einde aan de vennootschap.
  De aanvaarding van zijn ontslag of de afzetting heeft van rechtswege het verlies van de hoedanigheid van vennoot tot gevolg. De uitoefening van de rechten verbonden aan zijn aandelen wordt geschorst.
  De aandelen die zijn inbreng van nijverheid vertegenwoordigen, worden vernietigd.
  Hij oefent het notarisambt niet meer uit. Behalve in geval van afzetting, neemt hij opnieuw de titel van kandidaat-notaris aan.
  § 4. a) [1 ...]1
  b) Op verzoek van een of meer vennoten, van de procureur des Konings of van de betrokken kamer van notarissen, kan de burgerlijke rechtbank de ontbinding van de vennootschap uitspreken als er daartoe gegronde redenen bestaan of als het openbaar belang zulks vereist. De rechtbank wint, al naar gelang van het geval, het advies in van de kamer van notarissen of van de procureur des Konings, of van beide instanties. In plaats van de vennootschap te ontbinden, kan de rechtbank, in voorkomend geval, beslissen een of meer vennoten uit te sluiten. De rechtbank bepaalt in elk geval de vergoeding waartoe bepaalde vennoten gehouden zijn of waarop zij aanspraak kunnen maken. In geval van gerechtelijke ontbinding blijft de notaris-titularis zijn ambt uitoefenen, evenwel ten individuelen titel, behalve indien de rechtbank zijn afzetting heeft uitgesproken.
  c) De vennootschap wordt van rechtswege ontbonden in geval van uitsluiting van de vennoot die de enige titularis is of bij opheffing van de standplaats van de enige titularis.
  d) [1 ...]1
  e) In voorkomend geval brengt de griffier de minister van Justitie op de hoogte van de gerechtelijke ontbinding of de uitsluiting [1 ...]1. De minister van Justitie maakt in alle gevallen van ontbinding van een associatie of van uitsluiting hiervan bij uittreksel melding in het Belgisch Staatsblad.
  [1 De overeenkomstig deze paragraaf in het Belgisch Staatsblad gepubliceerde uittreksels vermelden de datum vanaf wanneer de gerechtelijke ontbinding van de associatie of de uitsluiting uitwerking zullen hebben. Bij gebrek aan vermelding van een datum van uitwerking, zal dit van rechtswege geschieden op de tiende dag na de dag van bekendmaking.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 184, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Afdeling IV. - (Overdracht van minuten en andere bestanddelen van het notariskantoor). <W 1999-05-04/03, art. 32, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  Art. 54.<W 1999-05-04/03, art. 32, Inwerkingtreding : 01-01-2000> De minuten en repertoria, de grossen en uitgiften evenals de eigenhandige testamenten en andere vertrouwelijke bewaargevingen van een notaris die is vervangen, worden door hem of door zijn erfgenamen zonder vergoeding overgedragen aan de in opvolging benoemde notaris, zulks binnen één maand na de eedaflegging van deze laatste.
  De in opvolging benoemde notaris is van rechtswege belast met de gerechtelijke opdrachten van zijn voorganger onverminderd het recht van de rechtbank om, op verzoek van een betrokken partij of van de procureur des Konings, een andere notaris aan te stellen.
  De geassocieerde notaris die om enige reden ophoudt zijn ambt uit te oefenen of zijn erfgenamen moeten de stukken bedoeld in het eerste lid, voor zover zij opgemaakt of in bewaring gegeven zijn tijdens de associatie, binnen één maand na de ambtsbeëindiging of het overlijden overdragen aan de overeenkomstig artikel [1 51, § 6]1 , aangewezen notaris-titularis.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 136, 013; Inwerkingtreding : 24-05-2014>

  Art. 55.<W 1999-05-04/03, art. 32, Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. a) Alle [2 materiële en immateriële roerende activa]2 die verband houden met de organisatie van het kantoor en het ereloon op uitgiften en het uitvoeringsereloon, moeten tegen vergoeding aan de in opvolging benoemde notaris worden overgedragen binnen de in artikel 54, eerste lid, gestelde termijn. Alle schulden die geen verband houden met arbeidsovereenkomsten of met de uitvoering van lopende huur- en leveringscontracten, zijn van de overdracht uitgesloten.
  b) Wanneer de onder a) vermelde over te dragen [2 activa]2 deel uitmaken van het patrimonium van [1 een meerhoofdige vennootschap bedoeld in artikel 50, § 2]1, geschiedt de overdracht door afstand van de aandelen van de vennootschap. Alvorens de aandelen over te dragen, nemen de vennoten hun reserves op. Zij zuiveren de schulden aan die, overeenkomstig het bepaalde in a), van de overdracht zijn uitgesloten. De overdrager blijft ten aanzien van de overnemer aansprakelijk voor de volledige aanzuivering van deze schulden.
  [2 Indien tot het vermogen van de vennootschap een onroerend goed behoort dat geheel of gedeeltelijk wordt aangewend voor het notariskantoor of zakelijke rechten op dit onroerend goed, heeft de overnemer de keuze om hetzij het onroerend goed of de zakelijke rechten erop in de vennootschap te behouden, in voorkomend geval met de ervoor aan de vennootschap toegestane kredieten, hetzij het onroerend goed of de zakelijke rechten voor de overdracht van de aandelen te doen overdragen aan de overblijvende vennoten, samen met de erop betrekking hebbende schulden.
   Voor elke keuze wordt een afzonderlijke waardebepaling van de over te dragen aandelen opgesteld.
   De overnemer dient deze keuze te maken binnen de zestig dagen na de bekendmaking van zijn benoeming in het Belgisch Staatsblad.]2
  § 2. Bovendien moet de geassocieerde notaris die geen titularis is en zijn ambt neerlegt, of zijn erfgenamen, binnen de in artikel 54, eerste lid, bepaalde termijn, tegen vergoeding alle rechten overdragen die hij bezit in de lichamelijke en onlichamelijke roerende bestanddelen van het kantoor. Deze overdracht geschiedt door afstand van zijn aandelen in de vennootschap, tenzij die aandelen zijn toegekend als vergelding voor een inbreng van nijverheid en met inachtneming van het bepaalde in artikel [1 51, § 3, b)]1.
  § 3. a) Het bedrag van de in § 1, a), bepaalde vergoeding is gelijk aan twee en een halve maal het gemiddelde, geïndexeerde en eventueel gecorrigeerde, inkomen over de laatste vijf jaar van het kantoor.
  b) In geval van associatie is het bedrag van de vergoeding gelijk aan twee en een halve maal het aandeel van de geassocieerde notaris in het inkomen van het kantoor bedoeld onder a), zoals dit aandeel is vastgesteld in het vennootschapscontract.
  c) De Koning bepaalt de regels inzake berekening en indexering van het gemiddeld inkomen van het kantoor bedoeld in a) en b), alsmede de criteria van de eventuele correctie naar beneden toe om economische of billijkheidsredenen, onder meer wanneer de overdracht gebeurt door afstand van aandelen zoals bepaald in § 1, b). Het bedrag van de overnamevergoeding wordt vastgesteld in een verslag opgemaakt door een bedrijfsrevisor of een extern accountant, aangewezen door de Nationale Kamer van notarissen. Deze revisor of extern accountant mag vooraf geen mandaat uitgeoefend hebben in het betrokken kantoor. De aangewezen revisor of extern accountant omschrijft alle bestanddelen die deel uitmaken van het over te nemen notariskantoor.
  d) De minister van Justitie stelt de regels vast voor de mededeling aan de kandidaat-notarissen van het bedrag van de vergoeding bedoeld in a). Deze mededeling geschiedt in ieder geval minstens eenentwintig dagen voor het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 43, § 1.
  ----------
  (1)<W 2014-04-25/23, art. 137, 013; Inwerkingtreding : 24-05-2014>
  (2)<W 2017-07-06/24, art. 185, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 56. <W 1999-05-04/03 art. 32, Inwerkingtreding : 01-01-2000> Wanneer een notarisplaats wordt opgeheven, moeten de notaris of zijn erfgenamen, binnen een termijn van twee maanden na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de opheffing, de stukken bedoeld in artikel 54, eerste lid, overdragen aan een notaris met standplaats in hetzelfde arrondissement, na het advies van de kamer van notarissen ingewonnen te hebben.

  Art. 57. De(procureur des Konings) draagt zorg dat de in de vorige artikelen voorgeschreven overgifte plaatsheeft; wanneer een notarisplaats wordt opgeheven en de notaris of zijn erfgenamen niet binnen de gestelde termijn een notaris hebben gekozen aan wie de minuten en repertoria moeten worden overgegeven (alsmede wanneer de aanwijzing bepaald in artikel 51, § 6, tweede lid, niet heeft plaatsgevonden,) beslist de (procureur des Konings) welke notaris met de bewaring belast zal zijn. <W 09-04-1980, art. 1, § 1, 15° MB 06-05-1980>
  De notaris of zijn erfgenamen die niet tijdig voldoen aan het bepaalde in (de artikelen 54 en 56), worden veroordeeld tot geldboete van 100 frank voor elke maand vertraging te rekenen van de dag waarop zij zijn aangemaand om de overgifte te doen. <W 1999-05-04/03, art. 33, Inwerkingtreding : 01-01-2000> (NOTA lezen 2,50 euros als bedoeld in art. 3 W 2000-06-26/42)

  Art. 58. In alle gevallen wordt een beknopte staat van de overgegeven minuten opgemaakt; de notaris die de minuten in ontvangst neemt, verklaart onderaan op de staat zich met de bewaring te belasten; van die staat wordt een dubbel aan de (kamer van notarissen) overhandigd. <W 1999-05-04/03, art. 34, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  Art. 59. <Opgeheven bij W 1999-05-04/03, art. 35, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  Art. 60. Alle verzamelingen van minuten, onder de benaming van " chambres de contrats, bureaux de tabellionnage " en andere zodanige benamingen blijven in bewaring bij degenen die ze bezitten. Grossen en uitgiften mogen slechts worden afgegeven door een notaris met standplaats in de gemeente waar de verzameling zich bevindt of, indien daar geen notaris is, door een notaris van de naastbijgelegen standplaats.
  Indien die verzamelingen van minuten evenwel aan de griffie van een rechtbank zijn overhandigd, mogen de grossen en uitgiften, alleen in dat geval, door de griffier worden afgegeven.

  Art. 61. (...) na het overlijden van een notaris of een andere bezitter van minuten worden de minuten en repertoria verzegeld door de vrederechter van de standplaats, (tenzij) een andere no4taris bij beschikking van de (vrederechter) van die standplaats met de voorlopige bewaring wordt belast. <W 1999-05-04/03, art. 36, Inwerkingtreding : 01-01-2000>

  Art. 62. <W 1999-05-04/03, art. 37, Inwerkingtreding : 01-01-2000> De houders van minuten, tabellen en repertoria van notariële akten kunnen deze zodra ze vijftig jaar oud zijn in bewaring geven aan het Rijksarchief in de provincie of het administratief arrondissement waarbinnen hun ambtsgebied gelegen is. Zij dienen deze documenten verplicht in bewaring te geven indien ze meer dan vijfenzeventig jaar oud zijn, behoudens wanneer zij op gemotiveerde aanvraag vrijstelling bekomen van de algemene rijksarchivaris.
  Deze bescheiden worden vrij raadpleegbaar na honderd jaar, behoudens vroegere toelating gegeven door de minister van Justitie of zijn gemachtigde.
  De minuten, tabellen en repertoria van notariële akten die in bewaring werden gegeven aan het Rijksarchief staan onder toezicht van de algemene rijksarchivaris.
  Van de in bewaring gegeven minuten wordt bij de overhandiging een inventaris in tweevoud opgemaakt en door de notaris en door de algemene rijksarchivaris ondertekend. Een van de exemplaren wordt als ontvangstbewijs aan de notaris overhandigd.

  Afdeling V. - (Plaatsvervanging). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03 art. 38, Inwerkingtreding : 01-11-1999>

  Art. 63. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 38, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> Wanneer een notaris of een geassocieerd notaris tijdelijk verhinderd is zijn ambt uit te oefenen of wanneer een plaats vacant is, kan het notarisambt door een plaatsvervanger worden waargenomen.

  Art. 64.<Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 38, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> § 1. De plaatsvervanger wordt gekozen uit [1 kandidaat-notarissen, de notarissen en de erenotarissen]1.
  § 2. De plaatsvervanger wordt aangewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waarin de notaris zijn standplaats heeft, op grond van een eenzijdig verzoekschrift ondertekend door de notaris en de voorgedragen plaatsvervanger. Deze aanwijzing geldt voor de termijn die de voorzitter vaststelt na het advies te hebben ingewonnen van de procureur des Konings en van de kamer van notarissen, zonder dat deze termijn evenwel meer kan bedragen dan twee jaar. Deze termijn kan worden verlengd, mits uitdrukkelijk gemotiveerde beslissing en zonder dat de totale duur van de aanwijzing langer dan vier jaar mag zijn.
  Vooraleer het verzoekschrift tot aanwijzing wordt ingediend, legt de notaris aan de kamer van notarissen, ter goedkeuring, de tekst voor van de overeenkomst die in verband met de verdeling van de baten en lasten van de beroepsuitoefening met de voorgedragen plaatsvervanger moet worden gesloten. De kamer van notarissen kan haar goedkeuring afhankelijk stellen van bepaalde wijzigingen.
  § 3. Bij gebrek aan een verzoekschrift bedoeld in § 2, alsmede in geval van vacature, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het arrondissement waar de notaris zijn standplaats heeft, op verzoek van de procureur des Konings of van de kamer van notarissen, een plaatsvervanger aanwijzen. Naar gelang van het geval is het advies van de procureur des Konings of van de kamer van notarissen vereist.
  In deze gevallen stelt de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de vergoeding vast van de plaatsvervanger, na het advies van de kamer van notarissen te hebben ingewonnen.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 186, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 65. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 38, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> § 1. Alvorens zijn ambt uit te oefenen, handelt de plaatsvervanger overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 47, 48 en 49, tenzij hij het notarisambt reeds uitoefent in het arrondissement of tenzij hij in het arrondissement deze formaliteiten reeds heeft vervuld.
  § 2. De plaatsvervanger voert de titel van notaris-plaatsvervanger. Hij moet in de akten die hij verlijdt, melding maken van deze titel, van de beschikking of het vonnis houdende zijn aanwijzing, alsook van de naam, gebruikelijke voornaam en standplaats van de notaris die hij vervangt.
  Hij is onderworpen aan de verbodsbepalingen bedoeld in de artikelen 8, 9 en 10, zowel wat hemzelf als de vervangen notaris betreft.
  Hij schrijft zijn akten in het repertorium van de vervangen notaris in en zet zijn protocol en boekhouding voort. Hij heeft het recht grossen en uitgiften af te geven van de akten opgemaakt door de vervangen notaris of door deze laatste bewaard. Hij maakt gebruik van het zegel van de vervangen notaris.
  § 3. De rekeningen en tegoeden waarover de vervangen notaris door de uitoefening van zijn beroep het beheer had, worden van rechtswege door de plaatsvervanger beheerd.
  De gerechtelijke opdrachten waarmee de vervangen notaris was belast, worden van rechtswege en zonder nieuwe aanwijzing, uitgevoerd door de plaatsvervanger.
  De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan evenwel, op verzoek van de meest gerede partij en indien daartoe ernstige redenen bestaan, een andere notaris aanwijzen om een gerechtelijke opdracht verder uit te voeren of om een bepaalde rekening of een bepaald tegoed verder te beheren.
  De plaatsvervanger is ten opzichte van derden aansprakelijk voor de beroepsfouten die hij begaat. De vervangen notaris mag gedurende de plaatsvervanging zijn beroep niet meer uitoefenen.

  Art. 66. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 38, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De plaatsvervanger is onderworpen aan alle verplichtingen die uit het notarisambt voortvloeien.

  Art. 67. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 38, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De plaatsvervanging neemt een einde bij het verstrijken van de termijn of bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, op verzoek van de plaatsvervanger of van de vervangen notaris, van de procureur des Konings of van de kamer van notarissen.
  Indien het een verzoekschrift betreft, moet het door de eiser worden ondertekend.
  Op verzoek van de eiser wordt de beschikking betekend aan de plaatsvervanger, wiens functie dan van rechtswege een einde neemt.
  In geval van aanvaarding van het ontslag, overlijden, schorsing, preventieve schorsing of afzetting van de vervangen notaris, blijft de plaatsvervanger het ambt uitoefenen tot de eedaflegging van de opvolger, tot het einde van de schorsing of de preventieve schorsing, tot de opheffing van de plaats of tot de beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg die de plaatsvervanging beëindigt.

  TITEL III. - (Beroepsorganisatie). <W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>

  Afdeling I. - (Genootschappen van notarissen). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>

  Art. 68. <W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> In de hoofdplaats van elke provincie wordt een genootschap van notarissen opgericht, bestaande uit de volgende leden :
  1° de notarissen die hun standplaats in de provincie hebben, geassocieerd zijn met of aangewezen zijn tot plaatsvervanger van een notaris met standplaats in de provincie;
  2° de kandidaat-notarissen die op het tableau van het genootschap zijn opgenomen.
  Het genootschap van notarissen is een openbare instelling.

  Art. 69. <W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De algemene vergadering van het genootschap van notarissen heeft tot taak :
  1° onder haar leden een kamer van notarissen te verkiezen;
  2° de regels vast te stellen die betrekking hebben op de notariële praktijk. De genootschappen mogen bij de uitoefening van deze bevoegdheid geen afbreuk doen aan de bevoegdheid van de Nationale Kamer van notarissen. De beslissingen hebben slechts bindende kracht na goedkeuring door de Koning, die steeds aanpassingen kan aanbrengen;
  3° haar huishoudelijk reglement op te stellen;
  4° jaarlijks de begroting vast te stellen en de rekeningen goed te keuren, die door de kamer van notarissen worden voorgelegd;
  5° jaarlijks de bijdrage ten laste van de leden van het genootschap vast te stellen en onder hen om te slaan;
  6° de vertegenwoordigers van het genootschap bij de Nationale Kamer van notarissen en hun plaatsvervangers te verkiezen, overeenkomstig artikel 92, § 2.

  Art. 70. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De algemene vergaderingen van het genootschap worden gehouden in een daartoe geschikt lokaal in het rechtsgebied van het genootschap.
  Ieder jaar hebben er rechtens twee algemene vergaderingen plaats, een in mei en een in november. Bovendien kunnen er buitengewone algemene vergaderingen worden gehouden indien de kamer van notarissen het raadzaam acht, of indien ten minste een vijfde van de leden van het genootschap daartoe een gemotiveerd verzoek tot de kamer van notarissen heeft gericht.
  De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen bij gewone brief, ondertekend door de voorzitter of de secretaris van de kamer van notarissen, die ten minste vijftien dagen voor de vergadering moet worden verzonden en die de agenda bevat.

  Art. 71. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De voorzitter en de secretaris van de kamer van notarissen vervullen dezelfde functies in de algemene vergadering.

  Art. 72. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> Alle leden van de algemene vergadering van elk genootschap hebben één beraadslagende stem.

  Art. 73. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> In de algemene vergadering kan slechts worden beslist als ten minste twee derden van de leden aanwezig is en meer dan de helft van die aanwezige leden voorstemt.
  Indien het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, komt na verloop van ten minste vijftien dagen een tweede algemene vergadering samen, die kan beslissen ongeacht het aantal aanwezige leden.
  Niettegenstaande het bepaalde in het vorige lid, kunnen de in artikel 69, 2°, bedoelde regels pas worden aangenomen als de helft van de leden, bij geheime stemming, voorstemt.
  Die regels worden binnen een maand na hun goedkeuring door de Koning bij omzendbrief ter kennis gebracht van de leden van het genootschap en verkrijgen dientengevolge bindende kracht.

  Art. 74. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> Het kohier van de jaarlijkse bijdragen bedoeld in artikel 69, 5°, wordt, indien tot gedwongen invordering moet worden overgegaan, uitvoerbaar verklaard door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdplaats van de provincie, op advies van de procureur des Konings.
  Tegen een gedwongen invordering kan door elk betrokken lid van het genootschap beroep worden ingesteld bij het hof van beroep van het rechtsgebied.

  Art. 75. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 39, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De algemene vergadering van de maand november stelt de begroting van het genootschap vast voor het volgende kalenderjaar, alsmede de bijdrage die haar leden zullen moeten betalen.
  De algemene vergadering van de maand mei onderzoekt en keurt de rekeningen van het genootschap goed voor het voorafgaande kalenderjaar. Zij verkiest de leden van de kamer van notarissen bedoeld in artikel 78 en, in voorkomend geval, de vertegenwoordigers van het genootschap bij de Nationale Kamer van notarissen alsook hun plaatsvervangers.

  Afdeling II. - (Kamers van notarissen). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 40, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>

  Onderafdeling 1. - (Bevoegdheden). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 40, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>

  Art. 76. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 40, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> Naast de bevoegdheden waarover de kamer van notarissen op grond van andere bepalingen van deze wet beschikt, heeft zij tot taak :
  (1° de tucht onder de leden van het genootschap te handhaven en tuchtstraffen van eigen rechtsmacht uit te spreken;) <W 1999-05-04/04, art. 3, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (AR 26-10-1999, art. 2, MB 30-10-1999)>
  2° in voorkomend geval, de in artikel 112, § 2, bepaalde bewarende maatregel te vorderen;
  3° beroepsgeschillen tussen de leden van het genootschap te voorkomen of door minnelijke schikking te regelen, onder meer die met betrekking tot de mededeling, afgifte, bewaring en terughouding van stukken, gelden en andere zaken en met betrekking tot de bewaring van minuten, tot de samenwerking of tussenkomst bij akten of beroepsverrichtingen, tot het recht op ereloon en tot de verdeling ervan. Indien het geschil niet kan worden bijgelegd, kan de kamer van notarissen, op verzoek van één van de betrokken leden, de belanghebbenden horen en haar advies uitbrengen, behalve wat de burgerlijke rechten betreft;
  4° alle klachten en bezwaren van derden tegen leden van het genootschap in verband met de uitoefening van hun beroep te voorkomen of door minnelijke schikking te regelen;
  5° toezicht te houden op de boekhouding van de notarissen, zulks onverminderd het recht van de procureur des Konings om zich daarvan door de notarissen inzage te doen geven;
  6° als derde haar advies te geven over moeilijkheden in verband met de vereffening van het honorarium van haar leden en met hun optreden;
  7° de staten van de minuten van opgeheven notarisplaatsen in bewaring te nemen; alsook de regels te bepalen voor de overdracht aan de belanghebbende notarissen van alle lichamelijke en onlichamelijke roerende bestanddelen van een opgeheven plaats;
  8° het genootschap te vertegenwoordigen voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op de gemeenschappelijke rechten en belangen van de leden ten aanzien van alle overheden en instellingen, zulks zowel in rechte als in alle openbare en private akten;
  9° het bestuur van het genootschap waar te nemen en haar vermogen te beheren;
  10° de beslissingen van de algemene vergadering van het genootschap uit te voeren en haar op de hoogte te houden van de vervulling van haar taken.)

  Art. 76bis. [1 § 1. De genootschappen van notarissen genieten een wettelijke hypotheek teneinde de terugbetaling te waarborgen van alle reeds gestorte of nog te storten geldsommen die zouden kunnen verschuldigd zijn als gevolg van de financiële toestand van een notariskantoor, wiens mogelijkheid geldsommen, effecten en geldswaardige papieren, die toekomen aan de cliënten, terug te betalen, ernstig beperkt is.
   Deze hypotheek wordt ingeschreven op naam en voor rekening van het genootschap van notarissen of voor rekening van derden, op alle goederen en rechten bedoeld in artikel 1560 van het Gerechtelijk Wetboek, die toebehoren aan de notaris en aan de vennootschappen bedoeld in artikel 50.
   § 2. Het bedrag waarvoor de hypothecaire inschrijving wordt genomen wordt op voorhand vastgesteld door de kamer van notarissen waarvan de betrokken notaris afhangt op basis van een omstandig verslag van de commissie van toezicht op de boekhouding bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 10 januari 2002 betreffende het beheer van de door een notaris ontvangen sommen, effecten en geldswaardige papieren aan toonder en betreffende het toezicht op de boekhouding van de notarissen. In dit verslag wordt het aannemelijk bedrag vastgesteld van de sommen die een mogelijke financiële tussenkomst ten gunste van de cliënten van het kantoor zouden kunnen verantwoorden.
   § 3. De wettelijke hypotheek wordt genomen en doorgehaald bij beslissing van de kamer van notarissen waarvan de betrokken notaris afhangt; ze neemt rang in door de dagtekening van haar inschrijving en doet geen afbreuk aan de eerdere voorrechten en hypotheken.
   § 4. De wettelijke hypotheek wordt, op verzoek van de voormelde kamer van notarissen, vastgesteld in een authentieke akte met het oog op de inschrijving overeenkomstig de artikelen 82 tot 84 van de Hypotheekwet. De kamer van notarissen wordt in deze akte vertegenwoordigd overeenkomstig artikel 85.
   § 5. De inschrijving van de wettelijke hypotheek wordt doorgehaald of verminderd krachtens een authentieke akte waarin de instrumenterende notaris eenzijdig bevestigt dat de kamer van notarissen die de hypotheek heeft genomen haar toestemming heeft verleend met deze doorhaling of vermindering; alle inschrijvingen die in de voorgelegde akte zijn opgenomen worden ambtshalve doorgehaald of verminderd.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-06/24, art. 187, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  

  Art. 77.<Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 40, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De kamer van notarissen houdt een tableau bij voor iedere categorie van leden van het genootschap bedoeld in artikel 68.
  Iedere wijziging van het tableau wordt [1 onmiddellijk]1 aan de Nationale Kamer van notarissen meegedeeld. De Nationale Kamer van notarissen stelt de minister van Justitie daarvan binnen vijftien dagen in kennis.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 188, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Onderafdeling 2. - (Organisatie - Vertegenwoordiging). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)>

  Art. 78. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De leden van het genootschap kiezen, bij geheime stemming, uit de leden die sedert tenminste tien jaar het ambt van notaris uitoefenen, de voorzitter van de kamer van notarissen, en uit alle leden van het genootschap, de andere leden van de kamer van notarissen.
  Het aantal leden van de kamer van notarissen, inbegrepen de voorzitter, wordt op zeven vastgesteld indien het aantal notarissen-titularis van het rechtsgebied niet groter is dan vijftig, op negen indien hun aantal groter is dan vijftig maar niet groter dan honderdvijftig, en op twaalf indien hun aantal groter is dan honderdvijftig.

  Art. 79. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> § 1. De voorzitter wordt gekozen bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen door alle aanwezige leden van het genootschap voor een termijn van één jaar. Wanneer na drie stemronden geen enkele kandidaat de vereiste meerderheid heeft behaald dan wordt een vierde en beslissende stemronde gehouden tussen de twee kandidaten die in de derde stemronde het hoogste aantal stemmen behaalden. Bij deze herstemming is de kandidaat die de meeste stemmen behaalt verkozen. Bij staking van stemmen is de jongste verkozen.
  § 2. De kamer van notarissen moet minstens één lid tellen uit elk gerechtelijk arrondissement van het genootschap.
  Voor elke stemronde bevatten de stembiljetten de namen van de verkiesbare leden van het genootschap. De kandidaten worden in alfabetische volgorde voorgesteld. Om geldig te stemmen, dient elke kiezer bij elke stembeurt evenveel stemmen uit te brengen als er mandaten te begeven zijn.
  Verkozen zijn, onverminderd het eerste lid, de kandidaten die in de eerste stemronde de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen behalen.
  Indien bij een eerste stemronde niet alle mandaten toegewezen zijn, wordt voor de overblijvende mandaten een tweede stemronde gehouden volgens dezelfde regels.
  Indien na de tweede stemronde nog niet alle mandaten werden toegewezen, wordt een derde stemronde gehouden. Bij deze herstemming komen, rekening houdend met het eerste lid, enkel in aanmerking de niet verkozen kandidaten die bij de tweede stemronde de meeste stemmen behaalden. Het aantal van deze kandidaten wordt beperkt tot het dubbel van het aantal nog te begeven mandaten. Bij deze herstemming zijn verkozen de kandidaten die de meeste stemmen behalen. Bij staking van stemmen wordt de jongste verkozen.

  Art. 80. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De kamer van notarissen wordt ieder jaar vernieuwd, voor een derde indien haar aantal leden deelbaar is door drie, of voor een gedeelte dat een derde het dichtst benadert indien zulks niet het geval is. De voorzitter wordt voor de bepaling hiervan niet meegeteld.
  Een lid mag in geen geval gedurende meer dan drie opeenvolgende jaren aanblijven, een eventueel mandaat als voorzitter niet meegerekend.
  Een lid van de kamer van notarissen dat gekozen is om een overleden, ontslagnemend of uit het ambt ontzet lid te vervangen, dient zijn mandaat uit, maar is niet onmiddellijk herkiesbaar. Een aftredend lid is pas herkiesbaar na verloop van een vol jaar na zijn aftreding.
  Ook de voorzitter mag in geen geval gedurende meer dan drie opeenvolgende jaren aanblijven.

  Art. 81. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> Binnen vijftien dagen na de algemene vergadering van het genootschap, gehouden in de maand mei, kiezen de leden van de kamer van notarissen uit hun midden de syndicus, de verslaggever, de secretaris en de penningmeester, die onmiddellijk hun functie opnemen.
  Wanneer het aantal leden van de kamer van notarissen negen of twaalf bedraagt, kunnen zij uit hun midden een vice-voorzitter, een tweede syndicus en een tweede verslaggever kiezen. Deze bijzondere benoemingen worden ieder jaar hernieuwd. Herverkiezing is toegestaan.

  Art. 82. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> In de kamer van notarissen worden de functies als volgt uitgeoefend :
  1° De voorzitter roept de kamer van notarissen bijeen. Hij leidt de debatten en bij staking van stemmen is zijn stem beslissend. Hij handhaaft de orde in de kamer van notarissen.
  2° De syndicus treedt op als vervolgende partij tegen de leden van het genootschap aan wie enig feit ten laste wordt gelegd. Hij wordt gehoord vóór alle beraadslagingen door de kamer van notarissen, die verplicht is over al zijn vorderingen te beraadslagen en te beslissen. Hij heeft, net als de voorzitter, het recht de kamer van notarissen bijeen te roepen. Hij draagt zorg voor de uitvoering van haar beslissingen en treedt in alle gevallen op namens de kamer van notarissen overeenkomstig de door haar genomen beslissing.
  3° De verslaggever wint inlichtingen in over de feiten die aan leden van het genootschap ten laste worden gelegd en brengt daarover verslag uit aan de kamer van notarissen. Hij handelt op dezelfde wijze wanneer advies moet worden uitgebracht.
  4° De secretaris stelt de besluiten op, bewaart het archief en verstrekt de uitgiften.
  5° De penningmeester int de ontvangsten en doet de uitgaven die door de kamer van notarissen zijn goedgekeurd. Aan het einde van elk kwartaal geeft hij daarvan rekenschap aan de kamer van notarissen.
  Bij afwezigheid of verhindering van een lid dat met een van de vijf voornoemde functies is belast, wordt onder de andere leden van de kamer van notarissen een plaatsvervanger aangewezen door de voorzitter of, wanneer deze laatste afwezig of verhinderd is, door de meerderheid van de aanwezige leden. De functies van voorzitter, syndicus en verslaggever moet evenwel steeds door drie verschillende personen worden uitgeoefend.

  Art. 83. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De kamer van notarissen vergadert ten minste eenmaal per maand van het gerechtelijk jaar, na bijeenroeping bij gewone brief, ondertekend door de voorzitter of de secretaris, die ten minste acht dagen vóór de vergadering moet worden verzonden en waarin de agenda is vermeld.
  Buitengewone vergaderingen worden op dezelfde wijze bijeengeroepen indien de voorzitter of de syndicus zulks nodig acht, of op gemotiveerd verzoek van twee andere leden, of op verzoek van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg of van de procureur des Konings.

  Art. 84. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De kamer van notarissen kan pas geldig beraadslagen en beslissen als ten minste twee derde van haar leden aanwezig is.
  Ieder lid van de kamer van notarissen heeft stemrecht. Als het evenwel gaat om aangelegenheden waarbij een lid van de kamer van notarissen partij is, moet dat lid zich voor de duur van de beraadslaging en voor de stemming terugtrekken.
  De beslissingen worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen.

  Art. 85. <Ingevoegd bij 1999-05-04/04, art. 4, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De kamer van notarissen wordt ten aanzien van derden, in rechte en in openbare of private akten vertegenwoordigd door haar voorzitter en door haar secretaris, die, in het geval zij gezamenlijk handelen, niet hoeven te doen blijken van een voorafgaande beslissing, maar, wanneer zij alleen optreden, een bijzondere machtiging moeten hebben.

  Onderafdeling 3. - (Adviesprocedure). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>

  Art. 86. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> Bij geschillen tussen leden van het genootschap die aanhangig gemaakt worden bij de kamer van notarissen, worden de betrokken leden ofwel uitgenodigd door de secretaris bij gewone brief, met het oog op een minnelijke regeling, ofwel rechtstreeks door de syndicus opgeroepen bij een ter post aangetekende brief.
  Een opgeroepen lid heeft het recht een lid van de kamer van notarissen te wraken overeenkomstig de regels bepaald in artikel 101.

  Art. 87. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De verslaggever wint alle nuttige inlichtingen in en de kamer van notarissen beslist bij gewone meerderheid na hem te hebben gehoord. De verslaggever en de syndicus nemen niet deel aan de beraadslaging en de stemming.

  Art. 88. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De beslissing wordt met redenen omkleed, in het register opgetekend en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Zij maakt melding van de naam van de aanwezige leden.
  De beslissing kan niet worden tegengeworpen aan personen die geen partij waren bij de adviesprocedure.
  Het advies wordt binnen acht dagen aan de betrokkenen meegedeeld bij gewone brief, ondertekend door de secretaris.

  Art. 89. <Ingevoegd bij 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> Wanneer in andere omstandigheden dan die omschreven in artikel 86 aan de kamer van notarissen advies wordt gevraagd, wordt gehandeld op de wijze bepaald in de artikelen 87 en 88.

  Afdeling III. - (Nationale Kamer van notarissen). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>

  Art. 90. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De Nationale Kamer van notarissen is een openbare instelling met zetel te Brussel.

  Art. 91.<Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> Naast de taken die haar door andere bepalingen van deze wet zijn opgedragen, heeft de Nationale Kamer van notarissen tot taak :
  1° de algemene regels inzake deontologie vast te stellen en een algemeen reglementair kader vast te stellen waarbinnen de bevoegdheden van de genootschappen van notarissen, bedoeld in artikel 69, 2° en 5°, en van de kamers van notarissen, bedoeld in artikel 76, 3° en 5°, uitgeoefend worden;
  2° alle geschikte maatregelen te nemen tot nakoming, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die zij bepaalt, van de verplichtingen die uit de beroepsaansprakelijkheid van de notarissen voortvloeien;
  3° aan de kamers van notarissen noodzakelijke of nuttige aanbevelingen te doen met het oog op de naleving van de tucht;
  4° minnelijke schikkingen tot stand te brengen inzake de geschillen, bedoeld in artikel 76, 3°, tussen leden van verschillende genootschappen. Indien geen minnelijke schikking tot stand kan worden gebracht, moet zij, op verzoek van een van de bij de zaak betrokken leden, de betrokkenen horen en advies uitbrengen, behalve wat de burgerlijke rechten betreft;
  5° de algemene regels vast te stellen :
  - inzake [1 het doorlopen van]1 de stage;
  - inzake de boekhouding en de wijze waarop zij moet worden gevoerd [1 en er toezicht op moet worden gehouden]1;
  [1 - inzake de schatting van een notariskantoor;]1
  [2 - inzake de permanente opleiding van de notarissen, kandidaat-notarissen en stagiairs;]2
  6° ieder jaar haar rekeningen en begroting goed te keuren en het aandeel van elk genootschap van notarissen in haar werkingskosten vast te stellen;
  7° in hoger beroep de regels te bepalen voor de overdracht aan de betrokken notarissen van alle lichamelijke en onlichamelijke roerende bestanddelen van een opgeheven plaats;
  8° op eigen initiatief of op verzoek, ten behoeve van alle openbare overheden of privé-personen, adviezen uit te brengen in verband met aangelegenheden van algemeen belang betreffende de uitoefening van het notarisberoep;
  9° binnen de grenzen van haar bevoegdheid, alle leden van de genootschappen van notarissen van het Rijk te vertegenwoordigen ten aanzien van elke overheid of instelling;
  10° in rechte op te treden, als eiser of als verweerder, in om het even welke zaak die het notarisberoep in zijn geheel aanbelangt;
  11° haar huishoudelijk reglement op te stellen [1 , alsook dat van het Notarieel Fonds bedoeld in artikel 117]1.
  [3 12° een elektronische lijst op te stellen van de kandidaat-notarissen, notarissen-titularis, geassocieerde notarissen en plaatsvervangers en toe te zien op de voortdurende bijwerking ervan. Behoudens tegenbewijs, wordt in geval van niet-overeenstemming de voorkeur gegeven aan de vermeldingen op die lijst boven elke andere vermelding. Die lijst is publiek, behalve voor wat betreft de kandidaat-notarissen. De gegevens van die lijst worden bewaard overeenkomstig de bewaartermijn van de authentieke akten bepaald in artikel 62 en overeenkomstig de leeftijdsgrens om notaris te worden bedoeld in artikel 2. De gegevens die in de lijst zijn opgenomen worden bij koninklijk besluit bepaald, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.]3
  [3 Teneinde voor de toepassing van het eerste lid, 12°, de kandidaat-notarissen, notarissen-titularis, geassocieerde notarissen en plaatsvervangers te identificeren is de Nationale Kamer van notarissen gemachtigd om :
   a) gebruik te maken van het rijksregisternummer van de kandidaat-notarissen, notarissen-titularis, geassocieerde notarissen en plaatsvervangende notarissen en toegang te hebben tot de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1°, 2°, 6°, en tweede lid, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen;
   b) toegang te hebben tot de gegevens naam en voornamen, geboorteplaats en -datum en datum van overlijden uit de Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
   Het rijksregisternummer, de geboorteplaats en -datum, de plaats en datum van overlijden van de in het vorige lid bedoelde fysieke personen mogen niet worden meegedeeld aan het publiek.]3
  Om bindend te zijn, moeten de regels bepaald in het eerste lid, 1° en 5°, en de maatregelen bedoeld in het eerste lid, 2°, door de Koning goedgekeurd worden. Hij kan in voorkomend geval aanpassingen aanbrengen.
  Indien de Nationale Kamer van notarissen in gebreke blijft de in het [3 vierde]3 lid bedoelde regels of maatregelen vast te stellen, heeft de Koning de macht om zelf het initiatief hiertoe te nemen.
  [2 Onverminderd het eerste lid, 5°, vierde streepje, bepaalt de Koning de regels inzake de permanente opleiding van de notarissen, kandidaat-notarissen en stagiairs voor zover ze van toepassing zijn op derden.]2
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 189,i-189,iv, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  (2)<W 2018-12-21/09, art. 203, 024; Inwerkingtreding : 10-01-2019>
  (3)<W 2017-07-06/24, art. 189,v-189,vii, 018; Inwerkingtreding : 18-01-2019>

  Art. 92. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> § 1. De organen van de Nationale Kamer van notarissen zijn :
  1° de algemene vergadering;
  2° het directiecomité.
  § 2. De algemene vergadering van de Nationale Kamer van notarissen bestaat uit de vertegenwoordigers van de genootschappen of, bij hun afwezigheid, uit hun plaatsvervangers. Zij worden verkozen door de algemene vergadering van het genootschap uit de leden die sedert ten minste tien jaar het notarisambt uitoefenen.
  Per begonnen schijf van dertig notarissen heeft elk genootschap recht op één vertegenwoordiger.
  Het mandaat van vertegenwoordiger en van plaatsvervanger duurt vijf jaar en is (niet verlengbaar). Het aantal vertegenwoordigers en plaatsvervangers wordt jaarlijks voor een vijfde hernieuwd, waarbij kleinere fracties buiten beschouwing worden gelaten. <W 2003-12-22/42, art. 398, 1°, Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  De vertegenwoordiger of plaatsvervanger die tijdens het mandaat in de plaats van een vertegenwoordiger of plaatsvervanger wordt gekozen, dient het mandaat van zijn voorganger uit, maar is niet onmiddellijk herkiesbaar.
  De algemene vergadering van de Nationale Kamer van notarissen beslist bij tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  § 3. (Het directiecomité van de Nationale Kamer van notarissen bestaat uit acht leden, die door de algemene vergadering onder haar leden worden gekozen voor een termijn van drie jaar zonder dat deze termijn de duur van het mandaat bedoeld in § 2, derde lid, kan overschrijden. Het directiecomité wordt jaarlijks gedeeltelijk hernieuwd. Om de drie jaar worden bij geheime stemming een voorzitter en een ondervoorzitter verkozen. Ieder jaar worden twee van de andere leden vervangen. Binnen veertien dagen na de algemene vergadering tijdens welke de verkiezing werd georganiseerd, verkiezen de leden van het directiecomité onder hun leden een secretaris, een penningmeester, twee verslaggevers en twee adviseurs.
  De voorzitter en de ondervoorzitter, de secretaris, de penningmeester, alsmede elk van beide verslaggevers en van beide adviseurs, moeten tot verschillende taalgroepen behoren. Het directiecomité kan enkel op geldige wijze beraadslagen en besluiten als ten minste de meerderheid van de leden ervan aanwezig is.) <W 2003-12-22/42, art. 398, 2°, Inwerkingtreding : 10-01-2004>
  De leden van het directiecomité komen uit de vijf rechtsgebieden van de hoven van beroep; minstens drie leden van het directiecomité hebben hun standplaats in een gerechtelijk arrondissement waarin geen zetel van een hof van beroep gelegen is.
  § 4. Het directiecomité is bevoegd voor de voorbereiding van de taken van de Nationale Kamer van notarissen en voor de uitvoering van de haar door de Nationale Kamer van notarissen opgedragen taken.
  Voor de uitoefening van de taken omschreven in artikel 91, eerste lid, 9° en 10°, wordt de Nationale Kamer van notarissen vertegenwoordigd door de voorzitter of door het daartoe door hem gedelegeerd lid van het directiecomité.
  Het directiecomité voert de beslissingen van de algemene vergadering uit en brengt haar op de hoogte van de vervulling van zijn taken.

  Afdeling IV. - (Nietigverklaring en verhaal). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>

  Art. 93. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De beslissingen die een genootschap overeenkomstig artikel 69, 2°, neemt, worden binnen één maand na hun dagtekening aan de Nationale Kamer van notarissen meegedeeld.
  De Nationale Kamer van notarissen kan deze beslissingen binnen drie maanden na mededeling ervan nietig verklaren. Die termijn heeft schorsende kracht. Zij worden pas voorgelegd aan de Koning nadat deze termijn is verstreken.
  Latere beslissingen van de Nationale Kamer van notarissen, die de door de genootschappen vroeger opgestelde reglementen niet uitdrukkelijk herroepen, vernietigen in voornoemde reglementen slechts die beslissingen welke met de nieuwe beslissingen onverenigbaar of strijdig zijn.

  Art. 94. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 41, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)> De beslissingen van de genootschappen die een bijdrage, een omslagregeling of een aandeel in de kosten vaststellen, worden binnen één maand meegedeeld aan de Nationale Kamer van notarissen.

  TITEL IV. [1 - Tucht, bewarende en ondersteunende maatregelen.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 190, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Afdeling I. [1 - Tuchtstraffen, bewarende en ondersteunende maatregelen.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 191, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 95.<Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> Elk lid van een genootschap van notarissen dat door zijn gedrag afbreuk doet aan de waardigheid van het notariaat of dat zijn plichten verzuimt, kan de in deze afdeling bepaalde tuchtstraffen oplopen.
  [1 Elk lid van een genootschap van notarissen dat aan zijn boekhoudkundige plichten verzuimt kan aan bewarende en ondersteunende maatregelen worden onderworpen.]1
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 192, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 96. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De tuchtstraffen van eigen rechtsmacht zijn :
  1° terechtwijzing;
  2° blaam;
  3° tuchtrechtelijke geldboete van (125 EUR) tot (5 000 EUR), die in de Schatkist wordt gestort. <KB 2000-07-20/58, art. 6, Inwerkingtreding : 01-01-2002>
  De tuchtrechtelijke geldboete kan samen met een andere tuchtstraf worden opgelegd.

  Art. 97. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De hogere tuchtstraffen zijn :
  A) voor de notarissen-titularis, geassocieerde notarissen of plaatsvervangers :
  1° tuchtrechtelijke geldboete van meer dan (5 000 EUR) tot (12 400 EUR), die in de Schatkist wordt gestort; <KB 2000-07-20/58, art. 6, 01-01-2000>
  2° schorsing;
  3° afzetting.
  De tuchtrechtelijke geldboete kan samen met een andere tuchtstraf worden opgelegd;
  B) voor de kandidaat-notarissen: de schorsing of schrapping van het tableau;
  C) voor de erenotarissen: de schorsing of het verlies van hun eretitel.

  Art. 97bis. [1 Bewarende maatregelen zijn maatregelen opgelegd door de kamer van notarissen die tot doel hebben, in het kader van de boekhoudkundige plichten van de notaris, de geldelijke belangen van de cliënten te vrijwaren.
   Ondersteunende maatregelen zijn maatregelen opgelegd door de kamer van notarissen die tot doel hebben de notaris te ondersteunen in het kader van zijn boekhoudkundige plichten.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-06/24, art. 193, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  

  Afdeling II. - (Tuchtprocedure voor de kamer van notarissen).<Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)>

  Art. 98. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De kamer van notarissen neemt, door toedoen van de syndicus, kennis van de tuchtzaken, hetzij ambtshalve, hetzij op klacht, hetzij op schriftelijke aangifte door de procureur des Konings.

  Art. 99. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> Het lid van het genootschap aan wie een feit ten laste is gelegd, wordt door de syndicus hiervan in kennis gesteld bij een ter post aangetekende brief waarin het feit wordt omschreven. Die brief wordt door de syndicus ondertekend en door de secretaris, die daarvan aantekening houdt, verzonden. Deze brief informeert het lid over de plaats en het tijdstip waarop hij kennis kan nemen van het dossier met betrekking tot het ten laste gelegde feit.
  Het betrokken lid kan schriftelijk of mondeling zijn reactie laten kennen.

  Art. 100. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> Wanneer de syndicus van oordeel is dat een ten laste gelegd feit aan de kamer van notarissen moet worden voorgelegd, roept hij dit lid op voor de kamer van notarissen en zendt hij het dossier over aan de voorzitter van de kamer van notarissen. Van deze oproeping wordt gelijktijdig een kopie overgezonden aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waar de betrokken notaris zijn standplaats heeft. In de oproeping maakt hij melding van het ten laste gelegde feit en van de plaats en het tijdstip waarop dit lid kennis kan nemen van het dossier. Het opgeroepen lid kan zich laten bijstaan door een notaris, een erenotaris of een advocaat. Hij kan, uiterlijk acht dagen na zijn oproeping, vorderen dat getuigen door de kamer van notarissen opgeroepen worden op de zitting vastgesteld voor de debatten. Hij kan ook, binnen dezelfde termijn, stukken ter staving van zijn verdediging neerleggen.
  De kamer van notarissen roept de leden van het genootschap die bij de zaak betrokken zijn op, alsook de belanghebbende derden die daartoe de wens hebben geuit, om te worden gehoord. Elk van hen kan worden bijgestaan door een notaris, een erenota ris of een advocaat.
  De kamer van notarissen kan ook ambtshalve de belanghebbende notarissen oproepen. Deze laatsten kunnen worden bijgestaan of vertegenwoordigd door een notaris, een erenotaris of een advocaat.

  Art. 101. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> Het lid van het genootschap dat opgeroepen werd, kan zijn recht van wraking uitoefenen tegen elk van de leden van de kamer van notarissen die over zijn zaak moeten beslissen om de redenen bepaald in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek. Het recht van wraking kan tevens uitgeoefend worden tegen leden van de kamer van notarissen wanneer hun standplaats of de zetel van hun associatie gelegen is in hetzelfde gerechtelijk kanton waarin de standplaats of de zetel van de associatie van het opgeroepen lid gelegen is.
  Het opgeroepen lid richt hiertoe uiterlijk drie dagen voor de debatten, op straffe van verval, aan de voorzitter van de betrokken kamer van notarissen een gedagtekend en ondertekend geschrift waarin hij de naam vermeldt van het lid of de leden die hij wil wraken, met opgave van de redenen van de wraking.
  De kamer van notarissen doet binnen vijftien dagen na ontvangst van het geschrift, uitspraak over de gegrondheid van de wraking en het gevolg dat er eventueel aan wordt gegeven. De gewraakte leden nemen geen deel aan dit debat noch aan de stemming. Zij worden vervangen door verkiesbare leden die door loting worden aangeduid.
  Van de met redenen omklede beslissing wordt binnen de kortst mogelijke tijd aan het opgeroepen lid van het genootschap kennis gegeven.

  Art. 102. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De zitting voor de debatten wordt door de kamer van notarissen vastgesteld met inachtneming van een termijn die niet minder mag bedragen dan vijftien dagen na de datum waarop het lid aan wie een feit ten laste gelegd wordt, werd opgeroepen om voor die kamer van notarissen te verschijnen.
  De debatten zijn openbaar tenzij het lid van het genootschap dat opgeroepen werd, om behandeling met gesloten deuren verzoekt.
  Het lid aan wie een feit ten laste is gelegd, heeft het recht op die zitting, zelf of bij monde van de persoon die hem bijstaat, bedoeld in artikel 100, eerste lid, zijn middelen van verweer uiteen te zetten. De opgeroepen getuigen mogen zowel door hem, als door de kamer van notarissen ondervraagd worden.

  Art. 103. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De kamer van notarissen beslist bij geheime stemming met volstrekte meerderheid, na de syndicus en de verslaggever, die niet aan de beraadslaging en aan de stemming deelnemen, te hebben gehoord. De kamer van notarissen kan de in artikel 96 bepaalde tuchtstraffen opleggen.

  Art. 104. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De beslissing wordt binnen één maand na de sluiting van de debatten in openbare terechtzitting uitgesproken.
  De beslissing wordt met redenen omkleed, in het daartoe bestemd register opgetekend en tijdens de zitting waarop zij werd uitgesproken, door de voorzitter en de secretaris op de minuut getekend.
  Iedere beslissing maakt melding van de naam van de aanwezige leden.

  Art. 105. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> Binnen acht dagen na de uitspraak wordt van de beslissing bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven aan het betrokken lid alsook aan de verschenen partijen. De secretaris vermeldt dit in de kantlijn.
  Een beslissing waarbij een tuchtstraf wordt uitgesproken, wordt binnen dezelfde termijn aan de procureur des Konings van het rechtsgebied meegedeeld.

  Art. 106. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> Als de tuchtstraf bij verstek wordt uitgesproken, kan het lid van het genootschap aan wie een feit ten laste is gelegd daartegen verzet aantekenen binnen vijftien dagen na de toezending van de kennisgeving.
  Het verzet wordt bij een ter post aangetekende brief aan de secretaris van de kamer van notarissen gericht.
  Indien het verzet te laat is gedaan, wordt het onontvankelijk verklaard. Indien het lid van het genootschap echter kan aantonen dat hij onmogelijk tijdig kennis kon krijgen van de uitspraak, kan hij buitengewoon verzet aantekenen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij effectief kennis van de uitspraak heeft gekregen.
  De kamer van notarissen ontbiedt de partij die verzet aantekent en geeft haar de gelegenheid haar argumenten naar voor te brengen. Zij doet, zelfs bij haar afwezigheid, uitspraak. De beslissing wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gewezen.
  De bepalingen van artikel 105 zijn van toepassing.

  Art. 107. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> Binnen één maand na de kennisgeving kan tegen de beslissing van de kamer van notarissen beroep worden ingesteld bij de burgerlijke rechtbank. Dit rechtsmiddel kan worden aangewend door het betrokken lid, door de syndicus en door de procureur des Konings. Het heeft schorsende kracht.
  De rechtbank waarbij het beroep is ingesteld, doet uitspraak in laatste aanleg.
  Zij kan alleen de in artikel 96, bedoelde straffen opleggen of het lid van het genootschap aan wie het feit ten laste is gelegd, vrijspreken.

  Afdeling III. - (Tuchtprocedure voor de burgerlijke rechtbank). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)>

  Art. 108. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-10-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De procureur des Konings of de kamer van notarissen kunnen een zaak bij de burgerlijke rechtbank aanhangig maken, tenzij deze kamer van notarissen voor dezelfde feiten een tuchtstraf heeft uitgesproken. Bij dagvaarding door de kamer van notarissen, deelt de syndicus dit gelijktijdig mee aan de procureur des Konings.
  De dagvaarding om voor de rechtbank te verschijnen heeft tot gevolg dat de zaak aan de kamer van notarissen wordt onttrokken.

  Art. 109. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-10-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> De bevoegde rechtbank is die van het rechtsgebied waar het gedagvaarde lid professioneel actief is of laatst is geweest.

  Art. 110. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-10-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> § 1. De rechtbank kan de in artikel 96 of artikel 97 bepaalde tuchtstraffen opleggen, behalve in het geval bedoeld in artikel 107, laatste lid.
  § 2. Tegen de beslissing van de burgerlijke rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij het hof van beroep. Deze beslissingen zijn niet uitvoerbaar bij voorraad.
  De rechtbank kan, voor de duur die zij bepaalt, aan de notaris tegen wie zij schorsing of afzetting heeft uitgesproken, een verbod om zijn beroep uit te oefenen opleggen, niettegenstaande hoger beroep. De bepalingen van artikel 112, § 4, zijn van overeenkomstige toepassing.
  De rechtbank van eerste aanleg of het hof van beroep kan, op verzoek van de procureur des Konings respectievelijk de procureur-generaal, van de kamer van notarissen of van de betrokkene het verbod op elk ogenblik opheffen.
  § 3. De geschorste notaris moet, voor de duur van de schorsing, de uitoefening van zijn beroep stopzetten. Bij overtreding van deze bepaling zijn de straffen bedoeld onder het tweede lid van deze paragraaf op hem toepasbaar. Tijdens de duur van de schorsing mag hij de algemene vergadering van het genootschap van notarissen niet bijwonen en is hij niet verkiesbaar tot lid van de kamer van notarissen, noch tot vertegenwoordiger van het genootschap - of tot plaatsvervangend vertegenwoordiger - bij de Nationale Kamer van notarissen. Indien de betrokkene reeds tot één van de voormelde functies is verkozen, mag hij gedurende de duur van schorsing deze functie niet uitoefenen en moet er in zijn vervanging worden voorzien.
  De notaris die uit zijn ambt is ontzet, moet de uitoefening van zijn beroep stopzetten, zulks op straffe van schadevergoeding en, in voorkomend geval, andere veroordelingen waarin de wet voorziet ten aanzien van openbare ambtenaren die ondanks afzetting hun ambt blijven uitoefenen.
  Voorafgaande bepalingen zijn van toepassing vanaf het ogenblik dat de beslissing houdende uitspraak van de tuchtstraf definitief is geworden.

  Art. 111. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, Inwerkingtreding : 01-10-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> § 1. In geval van afzetting of schorsing voor méér dan vijftien dagen wordt overeenkomstig artikel 64, § 3, eerste lid, onmiddellijk een plaatsvervanger aangewezen.
  Duurt de afzetting of de schorsing ten hoogste vijftien dagen, dan kan een plaatvervanger worden aangewezen, op verzoek van hetzij de uit zijn ambt ontzette of geschorste notaris, hetzij de kamer van notarissen, hetzij de procureur des Konings. Naargelang het geval is het advies van de procureur des Konings of van de kamer van notarissen vereist. Indien de betrokkene erom verzoekt, wordt uitspraak gedaan in raadkamer.
  § 2. Indien bij schorsing van een notaris een plaatsvervanger wordt aangewezen, heeft deze het recht op betaling van de door hem gemaakte kosten, alsook op de vergoeding die de voorzitter van de rechtbank na advies te hebben ingewonnen van de kamer van notarissen vaststelt, dit alles op kosten van de vervangen notaris. Het ereloon voor de tijdens de schorsing verleden akten dient om de plaatsvervanger en het kantoorpersoneel te bezoldigen en de algemene kosten te betalen. Het eventuele overschot wordt gestort aan de plaatsvervanger of aan de notarissen die in de plaats van de geschorste notaris hebben geïnstrumenteerd. Het eventuele tekort wordt door de vervangen notaris gedragen.
  § 3. Wanneer een notaris uit zijn ambt is ontzet, heeft de plaatsvervanger recht op het ereloon voor de tijdens de plaatsvervanging verleden akten, waarmee hij de bezoldiging van het kantoorpersoneel en de algemene kosten moet betalen. Het eventuele tekort wordt door de vervangen notaris gedragen.
  § 4. Als de vervangen notaris in hoger beroep wordt vrijgesproken, heeft hij recht op het verschil tussen het ereloon dat de plaatsvervanger heeft ontvangen, na aftrek van de bezoldiging van deze laatste die door de voorzitter van de rechtbank wordt vastgesteld na het advies te hebben ingewonnen van de kamer van notarissen, en de bedragen die tijdens de plaatsvervanging zijn besteed aan de bezoldiging van het kantoorpersoneel en de betaling van de algemene kosten.

  Afdeling IV. - (Preventieve schorsing). <Ingevoegd bij W 04-05-1999, art. 5, BS 01-10-1999, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)>

  Art. 112. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/04, art. 5, BS 01-10-1999, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> § 1. Aan de notaris die het voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijke vervolging of tuchtrechtelijke procedure wegens feiten die aanleiding kunnen geven tot een hogere tuchtstraf, kan een preventieve schorsing opgelegd worden overeenkomstig de volgende modaliteiten.
  De betrokken notaris wordt in kort geding voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg gedagvaard, hetzij door de kamer van notarissen, hetzij door de procureur des Konings. In dit laatste geval wint de voorzitter het advies in van de kamer van notarissen.
  Indien er ernstige vermoedens bestaan ten aanzien van de gegrondheid van de ten laste gelegde feiten en er kennelijk gevaar bestaat dat de voortzetting van zijn beroepsactiviteit derden ernstig nadeel kan berokkenen of in belangrijke mate afbreuk kan doen aan de waardigheid van het notariaat, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de betrokken notaris preventief schorsen voor hoogstens de duur van de procedure. De beschikking is, niettegenstaande enig verzet of beroep, vanaf de uitspraak uitvoerbaar.
  § 2. Indien uit klachten tegen een notaris of uit onderzoeken blijkt dat er kennelijk gevaar bestaat dat de voortzetting van zijn beroepsactiviteit derden ernstig nadeel kan berokkenen of in belangrijke mate afbreuk kan doen aan de waardigheid van het notariaat, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aan de betrokkene, nog voor een tucht- of strafrechtelijke procedure werd ingeleid, een preventieve schorsing opleggen.
  De vordering wordt ingeleid op eenzijdig verzoekschrift van de kamer van notarissen of van de procureur des Konings. In dit laatste geval wint de voorzitter het advies in van de kamer van notarissen.
  De maatregel kan slechts voor een duur van maximaal één maand worden opgelegd. De beschikking is, niettegenstaande enig verzet of hoger beroep, vanaf de uitspraak uitvoerbaar.
  § 3. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan op verzoek van de procureur des Konings, van de kamer van notarissen of van betrokkene de maatregel op elk ogenblik opheffen.
  § 4. De notaris die preventief geschorst is, mag tijdens de duur van de maatregel zijn beroep niet uitoefenen. Hij mag de briefwisseling die verband houdt met zijn beroep niet ondertekenen en mag geen cliënten ontvangen. Hij heeft recht op het ereloon verschuldigd naar aanleiding van akten verleden tijdens de preventieve schorsing, behoudens hetgeen bepaald onder § 7.
  § 5. Indien de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, overeenkomstig § 1, de notaris meer dan vijftien dagen preventief schorst, stelt hij onmiddellijk een plaatsvervanger aan, overeenkomstig artikel 64., § 3, eerste lid. Duurt de preventieve schorsing ten hoogste vijftien dagen, dan kan de voorzitter van de rechtbank een plaatsvervanger aanstellen op verzoek van, hetzij de notaris die preventief geschorst is, hetzij de kamer van notarissen, hetzij de procureur des Konings. Naargelang het geval is het advies van de procureur des Konings of van de kamer van notarissen vereist.
  § 6. Indien de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, overeenkomstig § 2, de notaris meer dan vijftien dagen preventief schorst, stelt hij, op verzoek van de kamer van notarissen een plaatsvervanger aan.
  Duurt de preventieve schorsing ten hoogste vijftien dagen, dan kan de voorzitter van de rechtbank een plaatsvervanger aanstellen op verzoek van de notaris die preventief geschorst is of van de kamer van notarissen.
  § 7. De plaatsvervanger, aangesteld overeenkomstig § 5 of § 6, heeft, ten laste van de vervangen notaris, recht op terugbetaling van de kosten die hij heeft gemaakt, alsook op de vergoeding die door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg werd vastgesteld na het advies van de kamer van notarissen te hebben ingewonnen.
  In voorkomend geval zullen de §§ 2 en 4 van artikel 111 op analoge wijze worden toegepast.

  Art. 113. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 5, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 2, BS 30-10-1999)> Artikel 262 van het Strafwetboek is van toepassing op de notaris die preventief is geschorst.

  TITEL V. - (Algemene bepalingen). <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 43, Inwerkingtreding : 01-11-1999 (KB 26-10-1999, art. 1, BS 30-10-1999)>

  Art. 114. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 44, Inwerkingtreding : 1999-10-01> Elke akte opgemaakt in strijd met het bepaalde in de artikelen 6, 3° en 4°, 8, 9, § 2, eerste lid, 10, 12, tweede lid, 14, 20 en 51, § 7, is nietig indien zij niet door alle partijen is ondertekend. Indien de akte door alle contracterende partijen is ondertekend, geldt zij slechts als onderhands geschrift, zulks onverminderd de schadevergoeding die in beide gevallen, zo daartoe aanleiding bestaat, moet worden betaald door de notaris die voornoemde voorschriften heeft overtreden.

  Art. 115. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 44, Inwerkingtreding : 01-11-1999> De termijnen bepaald in deze wet worden berekend overeenkomstig de artikelen 52, 53 en 54 van het Gerechtelijk Wetboek.

  Art. 116. <Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 44, Inwerkingtreding : 01-11-1999> De Koning bepaalt de regels inzake organisatie en werking van de Nationale Kamer van notarissen.

  Art. 117.<Ingevoegd bij W 1999-05-04/03, art. 44, Inwerkingtreding : 01-11-1999> § 1. Bij de Nationale Kamer van notarissen wordt in de vorm van een afzonderlijke rechtspersoon een fonds opgericht, hierna te noemen het "notarieel fonds". De Koning organiseert het toezicht op dit fonds en kan hiertoe een of meer regeringscommissarissen aanstellen.
  § 2. Een vermindering van (250 EUR) op het honorarium van de notaris bij het verlijden van een [2 aankoopakte voor een enige gezinswoning waarvoor een tegemoetkoming inzake registratierechten van toepassing is]2, wordt toegestaan aan die personen die voor het verrichten van deze aankoop een beroep doen voor een financiering voor minstens 50 van de waarde, op een hypothecaire lening of een kredietopening waarvoor zij, op basis van [2 een wettelijke bepaling]2, voor het verlijden van deze akte een halvering van het ereloon van de notaris kunnen genieten. <KB 2000-07-20/58, art.6, ED 01-01-2000>
  § 3. De notaris die de in § 2 bedoelde vermindering van zijn ereloon moet toestaan vordert dit bedrag terug van het notarieel fonds.
  [1 De notaris kan van het notarieel fonds een bedrag van 100 euro, inclusief btw, terugvorderen voor elke akte houdende één of meer verklaringen van verwerping van nalatenschap overeenkomstig artikel 784, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek die hij kosteloos heeft verleden met toepassing van het derde lid van hetzelfde artikel, indien de akte geen andere rechtshandelingen, verklaringen of vaststellingen bevat die aanleiding geven tot honorarium of salaris.]1 [2 Het notarieel fonds kan, mits goedkeuring door de minister van Justitie, zijn middelen ook aanwenden voor andere maatschappelijk zinvolle doeleinden of projecten uit de notariële wereld.]2
  § 4. Het notarieel fonds wordt gestijfd door een bijdrage ten belope van 1,5 % op het netto-belastbaar inkomen van alle notarissen. De Koning bepaalt de berekeningsmethode zodat de vennootschappen van notarissen een evenwaardige bijdrage leveren.
  Wanneer de inkomsten van het notarieel fonds ontoereikend zouden zijn, kan de Koning bij een in Ministerraad overlegd besluit beslissen het honorarium van de notarissen voor het verlijden van akten van verkoop van onroerende goederen met een waarde van meer dan (250 000 EUR) te verhogen, uitsluitend om de inkomsten van het notarieel fonds aan te vullen. <KB 2000-07-20/58, art.6, ED 01-01-2000>
  Indien de Nationale Kamer van notarissen vaststelt dat het notarieel fonds over voldoende middelen beschikt om de vorderingen gedurende vermoedelijk meer dan één jaar te kunnen uitbetalen, kan zij de minister van Justitie vragen om het bijdragepercentage tijdelijk te verminderen. De minister van Justitie waakt ervoor dat de vermindering tijdig opgeheven wordt om te vermijden dat het notarieel fonds een negatief saldo zou vertonen.
  Tot gedwongen invordering kan in voorkomend geval worden overgegaan volgens de bij artikel 74 bepaalde procedure.
  ----------
  (1)<W 2017-07-06/24, art. 121, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>
  (2)<W 2017-07-06/24, art. 194, 018; Inwerkingtreding : 03-08-2017>

  Art. 118. [1 Enkel in het kader van aangiften van nalatenschap kan de notaris, op specifiek en met redenen omkleed verzoek, het Centraal Aanspreekpunt gehouden door de Nationale Bank van België [2 overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest]2, om informatie vragen.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2016-07-01/01, art. 128, 017; Inwerkingtreding : 14-07-2016>
  (2)<W 2018-07-08/03, art. 22, 019; Inwerkingtreding : 26-07-2018>
  

  Art. 119. [1 § 1. De beheerder wordt met betrekking tot het in de artikelen 18, 33 en 91, 12°, bedoelde bestand beschouwd als de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
   § 2. De beheerder bedoeld in paragraaf 1 stelt een functionaris voor de gegevensbescherming aan.
   Deze is meer bepaald belast met :
   1° het verstrekken van deskundige adviezen inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging van persoonsgegevens en informatie en inzake hun verwerking;
   2° het informeren en adviseren van de beheerder die de persoonsgegevens behandelt over zijn verplichtingen krachtens deze wet en het algemeen kader van de bescherming van de gegevens en de persoonlijke levenssfeer;
   3° het opstellen, het toepassen, het bijwerken en het controleren van een beleid inzake de beveiliging en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
   4° het functioneren als het contactpunt voor de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
   5° de uitvoering van de andere opdrachten inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de beveiliging die door de Koning worden bepaald, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
   Bij het uitoefenen van zijn opdrachten, handelt de functionaris voor de gegevensbescherming volledig onafhankelijk en brengt rechtstreeks verslag uit aan de beheerder.
   De Koning kan, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de nadere regels bepalen volgens dewelke de functionaris voor de gegevensbescherming zijn opdrachten uitvoert.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-06/24, art. 195, 018; Inwerkingtreding : 18-01-2019>
  
  

  Art. 120. [1 Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in de artikelen 18, 33 en 91, 12°, bedoelde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen.
   Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen toepasselijk.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2017-07-06/24, art. 196, 018; Inwerkingtreding : 18-01-2019>
  
  

  Art. 121.[1 Alle beslissingen van een wettelijk of reglementair orgaan van het notariaat kunnen schriftelijk worden genomen of via elk ander communicatiemiddel bedoeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek.
   Alle vergaderingen van een wettelijk of reglementair orgaan van het notariaat kunnen worden gehouden door middel van elk telecommunicatiemiddel dat een gezamenlijke beraadslaging toelaat, zoals telefonische of videoconferenties. Er wordt afgeweken van de regels over de plaats van de vergaderingen van de organen.
   Oproepingen, verzendingen en raadplegingen van verslagen en documenten op elektronische wijze zijn toegestaan.]1
  ----------
  (1)<Ingevoegd bij W 2020-04-30/03, art. 8, 026; Inwerkingtreding : 04-05-2020>
  
  

Handtekening Tekst Inhoudstafel Begin
   ...

Wijziging(en) Tekst Inhoudstafel Begin
originele versie
  • WET VAN 30-04-2020 GEPUBL. OP 04-05-2020
    (GEWIJZIGDE ART. : 18quinquies; 121; 9; 10)
  • originele versie
  • WET VAN 30-04-2020 GEPUBL. OP 04-05-2020
    (GEWIJZIGD ART. : 18quinquies) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 05-05-2019 GEPUBL. OP 19-06-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 1; 20; 18bis; 18ter; 18quater)
  • originele versie
  • WET VAN 05-05-2019 GEPUBL. OP 19-06-2019
    (GEWIJZIGDE ART. : 18bis; 18ter; 18quater) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 13-04-2019 GEPUBL. OP 14-05-2019
    (GEWIJZIGD ART. : 114)
  • originele versie
  • WET VAN 21-12-2018 GEPUBL. OP 31-12-2018
    (GEWIJZIGDE ART. : 37; 91)
  • originele versie
  • WET VAN 23-11-2018 GEPUBL. OP 06-12-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 38)
  • originele versie
  • WET VAN 20-09-2018 GEPUBL. OP 10-10-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 25)
  • originele versie
  • WET VAN 11-07-2018 GEPUBL. OP 20-07-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 36)
  • originele versie
  • WET VAN 08-07-2018 GEPUBL. OP 16-07-2018
    (GEWIJZIGD ART. : 118)
  • originele versie
  • WET VAN 25-12-2017 GEPUBL. OP 29-12-2017
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 31; 50)
  • originele versie
  • WET VAN 06-07-2017 GEPUBL. OP 24-07-2017
    (GEWIJZIGD ART. : 117)
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 4; 6; 8; 9; 10; 12; 19; 33; 34; 35; 35bis; 38; 39; 43; 44; 47; 49; 50; 51; 52; 53; 55; 64; 76bis; 77; 91; 95; 97bis; 117; 119; 120)
  • originele versie
  • WET VAN 01-07-2016 GEPUBL. OP 04-07-2016
    (GEWIJZIGD ART. : 118)
  • originele versie
  • WET VAN 27-04-2016 GEPUBL. OP 11-05-2016
    (GEWIJZIGDE ART. : 38; 49bis-49quater)
  • originele versie
  • WET VAN 17-07-2015 GEPUBL. OP 27-08-2015
    (GEWIJZIGD ART. : 39)
  • originele versie
  • WET VAN 12-05-2014 GEPUBL. OP 19-05-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 91)
  • originele versie
  • WET VAN 08-05-2014 GEPUBL. OP 14-05-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 5)
  • originele versie
  • WET VAN 25-04-2014 GEPUBL. OP 14-05-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 28)
    (GEWIJZIGDE ART. : 34ter; 50; 51; 52; 54; 55)
  • originele versie
  • WET VAN 06-01-2014 GEPUBL. OP 31-01-2014
    (GEWIJZIGD ART. : 38)
  • originele versie
  • WET VAN 21-12-2013 GEPUBL. OP 31-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 16; 18; 20; 29)
  • originele versie
  • WET VAN 01-12-2013 GEPUBL. OP 10-12-2013
    (GEWIJZIGDE ART. : 5; 31)
  • originele versie
  • WET VAN 22-11-2013 GEPUBL. OP 10-12-2013
    (GEWIJZIGD ART. : 34)
  • originele versie
  • WET VAN 14-11-2011 GEPUBL. OP 10-02-2012
    (GEWIJZIGD ART. : 35)
  • originele versie
  • WET VAN 23-10-2009 GEPUBL. OP 16-11-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 35)
  • originele versie
  • WET VAN 06-05-2009 GEPUBL. OP 19-05-2009
    (GEWIJZIGDE ART. : 12; 13; 20; 21; 26; 29) Inwerkingtreding nader te bepalen
  • originele versie
  • WET VAN 06-05-2009 GEPUBL. OP 19-05-2009
    (GEWIJZIGD ART. : 12)
  • originele versie
  • WET VAN 18-07-2008 GEPUBL. OP 14-08-2008
    (GEWIJZIGD ART. : 9)
  • originele versie
  • WET VAN 23-05-2007 GEPUBL. OP 20-06-2007
    (GEWIJZIGD ART. : 38)
  • originele versie
  • WET VAN 01-03-2007 GEPUBL. OP 14-03-2007
    (GEWIJZIGDE ART. : 11; 12)
  • originele versie
  • WET VAN 10-07-2006 GEPUBL. OP 07-09-2006
    (GEWIJZIGD ART. : 91)
  • originele versie
  • WET VAN 27-12-2004 GEPUBL. OP 31-12-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 25)
  • originele versie
  • WET VAN 16-07-2004 GEPUBL. OP 30-07-2004
    (GEWIJZIGD ART. : 38)
  • originele versie
  • WET VAN 22-12-2003 GEPUBL. OP 31-12-2003
    (GEWIJZIGD ART. : 92)
  • originele versie
  • KONINKLIJK BESLUIT VAN 20-07-2000 GEPUBL. OP 30-08-2000
    (GEWIJZIGDE ART. : 34; 96; 97; 117)
  • originele versie
  • WET VAN 04-05-1999 GEPUBL. OP 01-10-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 2; 5; 6; 8; 9; 10; 11; 12; 19; 25; 29)
    (GEWIJZIGDE ART. : 31; 32; 33; 34; 34TER; 35; 35BIS)
    (GEWIJZIGDE ART. : 36; 37-41; 42; 43-44; 54-56; 57)
    (GEWIJZIGDE ART. : 49BIS-49QUA; 50; 51; 52; 53; 58)
    (GEWIJZIGDE ART. : 59; 61; 62; 63-67; 68-75; ; 76; 77)
    (GEWIJZIGDE ART. : 86-94; 113; 114-117)
  • originele versie
  • WET VAN 04-05-1999 GEPUBL. OP 01-10-1999
    (GEWIJZIGDE ART. : 38; 76; 78-85; 95-112)
  • WET VAN 23-09-1985 GEPUBL. OP 05-11-1985

  • Begin Eerste woord Laatste woord Wijziging(en)
    Inhoudstafel 45 uitvoeringbesluiten 25 gearchiveerde versies
    Franstalige versie